Wandel de Tour du Mont Blanc in Valle d’Aosta

Liefhebbers van de buitenlucht weten blind de weg naar de Valle d’Aosta te vinden. De prachtige regio in Noord-Italië herbergt alleen al de twee bekendste toppen van Europa – Mont Blanc en Matterhorn. In dit outdoorparadijs hike je van berghut naar berghut. Of je fietst over grillige steile rotshellingen langs bloemrijke bergweides en azuurblauw water. Maar wat moet je als je wel van bloedstollend mooie panorama’s houdt, maar geen heuvel kunt ronden zonder happend naar adem in zweet uit te barsten? Wij stuurden onze minst fitte verslaggever naar het Aostadal, om een stuk van de Tour du Mont Blanc te wandelen.

Met Courmayeur aan mijn voeten, een kleine 620 meter aan vervloekt kronkelende rots- en boomworteltreden lager, denk ik terug aan de laatste keer dat ik in de Italiaanse bergen liep. Ik zie me in de Dolomieten jammerlijk gewonnen geven vanwege dubbeldikke blaren in geleende schoenen. Toen al, twintig jaar jonger en zeker dertig kilo lichter.

Voordat ik ook de rest van mijn leven voorbij zie flitsen, krijg ik mijn adem terug en kan ik eindelijk omhoogkijken. En zie het wolkeloos naakte silhouet van Mont Blanc. De 4.810 meter hoge berg der bergen, die me een week eerder achter mijn bureau had weggelokt met beloftes van schoonheid en legende. Ineens was daar de kans om de machtige vierduizendplussers Mont Blanc én Matterhorn in één week zien en tegelijkertijd wat overtollige kilootjes in Valle d’Aosta achter te laten. Een kans, die zelfs een bevlogen roker met de conditie van een plofkip rond Kerstmis zich niet kon laten ontgaan. Dacht ik.

Meer daden dan woorden

Rifugio Bertone

Gids Mien Barrel weet in elk geval al hoe laat het is. Samen hebben we net het eerste deel van de route afgelegd. Van het uit keien, leisteen en noest balkenhout opgetrokken dorpje Courmayeur naar Rifugio Bertone. Dat is een berghut uit het boekje met vrij uitzicht op de Italiaanse zijde van Monte Bianco.

De knoestige Barrel is een trouwe zoon van Valle d’Aosta, hoewel hij net zo goed uit eigen ervaring kan vertellen over de oerbergen in onder meer Tibet, Nepal en Nieuw-Zeeland. Thuis leidt de gids en mtb-instructeur al meer dan negen jaar elke zomer mensen door de Alpen. Hij geeft ook telemark- en snowboardles in de winter. Zijn krommende, krakende benen en schouders lijken met elke stap meer met de helling te vergroeien. Het is een onvermijdelijk risico van het vak, dat hem overigens geenszins langzamer maakt.

Dat ik de bescheiden prater al redelijk goed heb leren kennen, heeft alleen te maken met mijn tempo: in stukken van tien meter tegelijk tussen ontelbare uithijgpauzes door, komen we in vier uur boven aan. Voor het traject stond eigenlijk twee uur. Dat belooft wat voor de komende dagen.

Extra snufje Aosta

Typische boerenlunch met worst, kaas, ham, kastanjes en lardo

Gelukkig zijn koolhydraten koning in de bergen. De knusse keuken van Rifugio Bertone volgt trouw de traditionele dieetvoorschriften van Valle d’Aosta. Diepe borden met glanzende pasta, vlees, groente en polenta, bekroond met een gesmolten plak Fontinakaas. Deze kaas is beperkt verkrijgbaar in de zomermaanden, de enige periode waarin een speciale combinatie van alpengras, kruiden en bergbloemen de koeienmelk net dat extra snufje Aosta meegeeft. Alleen kenners weten waar de echte Fontina te halen is en koesteren haar als kostbare truffels.

Zo ook de Aostiaan Raimundo, die ons de volgende dag naar Rifugio Bonatti leidt onder de belofte dat we daar zijn speciale voorraadje zullen aansnijden. Toch is dat niet de enige motivatie om de komende zonsondergang te halen. Onze volgende berghut werd namelijk vernoemd naar de alpinist, ontdekkingsreiziger en journalist Walter Bonatti. In de jaren vijftig en zestig kreeg hij vele onneembaar geachte bergen klein. De Italiaanse klimpionier was een groot voorbeeld voor latere legendes als Reinhold Messner, vooral vanwege zijn compromisloze respect voor de berg en natuur.

Volgens de purist Bonatti lag de essentie van bergbeklimmen niet in doodgewone outdoorrecreatie, maar in het overwinnen van de menselijke kwetsbaarheid. Zelf legde hij twee keer bijna het loodje op het Mont Blancmassief. De laatste keer overleefde hij drie dagen lang in een brullende sneeuwstorm op een smalle richel op de Pilier Central de Frêney, op krap achthonderd meter onder de top van Mont Blanc. En dat geeft deze burgerliefhebber toch net even meer moed dan een stuk bergkaas.

Heroïsche avonturen

Terwijl Barrel de hardcore leden van onze groep over het oorspronkelijk geplande, achthonderd meter hoger gelegen deel van de Tour du Mont Blanc jaagt, wandelen Rai, Mabelie en ik langs de uitgang van de Mont Blanctunnel naar een bloem- en lommerrijke, vriendelijk glooiende vallei. Hier zijn we alleen met fluitende bergmarmotten en het onverstoorbare bellen van koeien rond half vervallen boerenhutjes met roestende golfplaten daken.

Nou ja, alleen. Dit makkelijk te lopen stuk in Val Veny is overduidelijk populair bij wandelaars en mountainbikers. Midden in het hoogseizoen tussen juni en september is het nog net geen dringen geblazen op de paden en worden de geluiden van de natuur aangevuld met ‘Salve’, ‘Grazie’ en klikkende aluminium wandelstokken. En erger nog: ik word regelmatig ingehaald door kinderen en bejaarden!

De rest van de groep komt zeven uur later aan bij de berghut – vier uur nadat wij op het zonnige terras ontspannen de laatste brokken van Rai’s Fontina hebben verorberd. Zij hebben heroïsche, haast hachelijke avonturen beleefd tegen de achtergrond van de ongenaakbare Grandes Jorasses, op de grillige ruggengraat van de Tour du Mont Blanc. Ik heb foto’s van koeien en een bergmarmot. Bonatti kan trots zijn.

Vrolijk heuvelopwaarts

In de rifugio’s gaat om tien uur ’s avonds het licht uit, na een optioneel laatste rondje grappa om de polenta beter te laten zakken. Rifugio Bonatti is een berghut in het luxere segment, met ruime slaapzalen en kamers met brede grenen bedden, waar het onvermijdelijke gesnurk van een bont internationaal gezelschap van serieuze wandelaars net iets minder stoort.

Heerlijk uitgerust zien we de volgende dag in alle vroegte een helikopter landen, na de benenwagen de enige manier om hier te komen. De afgelegen rifugio’s worden overwegend bevoorraad door mensen, die bepakt en bezakt beperkt houdbare goederen als vlees en post vanuit het dal naar boven slepen.

Terwijl ik een zekere jaloezie voor de grijnzende helikopterpassagier slecht kan onderdrukken, volg ik de anderen langzaam, maar verrassend vrolijk heuvelopwaarts. Op naar Val Ferret aan de zonkant van de Grandes Jorasses, een waar wandelparadijsje met uitbundig slingerende paden tussen breed uitgerolde bloemenweides en bijna loodrechte bos- en rotshellingen met klaterende bergstromen en watervallen. Aan het einde wacht een simpele boerenlunch van de houten plank, waarbij de meesten de polenta negeren en zich tegoed doen aan zoete honingkastanjes met dungesneden lappen vetspek, beter bekend als lardo.

Globetrotter Barrel legt ondertussen uit waarom zijn hart juist hier ligt: “De Tour du Mont Blanc is een van de mooiste routes ter wereld. Je wandelt door valleien en over bergkammen in drie landen, terwijl je onderweg langs de leukste dorpjes komt. Nergens anders zie je zo veel verschillende panorama’s.”

In de verte het Lago del Miage

Als we later bij Lago del Miage staan, hoeft de gids alleen maar glimlachend zijn schouders op te halen. Het waait en motregent. Na een wiebelige klauterpartij kijken we op 2.020 meter hoogte naar een immens bruingrijs maanlandschap van verweerd en verslagen gesteente aan het eind van de Miagegletsjer, nog geen twintig minuten na onze laatste slok wijn in de zonovergoten Val Ferret. Smeltwater druppelt gestaag van een grauwe, metersdikke ijskorst af, terwijl we een rotsplateau delen met een ongeïnteresseerde familie gemzen. Hier, in Val Veny, glijdt de ijskap op Monte Bianco terug naar de aarde.

Vroeger veroorzaakten grote brokken afkalvend ijs vloedgolven in het toen nog tientallen meters diepe Miagemeer, dat door het terugtrekken van de gletsjer inmiddels is gereduceerd tot vier ondiepe plassen. Wie de versteende rivier van meegesleurde stukken berg omhoog volgt en op tijd rechts afslaat, komt vanzelf uit bij Mont Blanc.

Dichterbij kom ik nooit meer, zoveel is zeker. Ineens snap ik het. Vergeleken bij zowel de legendes als liefhebbers van dit gebied ben ik misschien niet veel meer dan een zwetende, naar lucht happende figurant in Valle d’Aosta. Het is zonder twijfel een van de mooiste en meest fascinerende speeltuinen van Europa. Maar Bonatti had gelijk, het gaat om overwinnen. En ik leef nog. Ik leef.     

LIGGING & BEREIKBAARHEID

Valle d’Aosta ligt in het noordwesten van Italië en grenst aan zowel Frankrijk als Zwitserland. De grote ijkpunten van de provincie zijn Mont Blanc (Monte Bianco) in het noordwesten en Monte Rosa en Matterhorn (Monte Cervino), op pakweg honderd kilometer ten noordoosten daarvan. De basisdorpjes voor deze bergen – respectievelijk Courmayeur en Breuil-Cervinia – zijn relatief makkelijk bereikbaar via de luchthaven Milaan-Malpensa en een rit van ongeveer twee uur.

Met de auto ben je vanaf Utrecht ongeveer duizend kilometer onderweg. Houd hierbij rekening met tolwegen (Frankrijk) en het feit dat in Zwitserland een autowegenvignet (à €38,70) verplicht is. Zodra het licht aan het einde van de Mont Blanctunnel (Frankrijk) of de Tunnel du Grand Saint-Bernard (Zwitserland) verschijnt, heb je je bestemming bereikt.

KLIMAAT & BESTE REISTIJD

Valle d’Aosta kent een continentaal klimaat met warme zomers en koude, sneeuwzekere winters. Het dal is droger en zonniger, terwijl de bergen en hun ijskappen meer regen en wind hebben. Tot zover het officiële verhaal, want vanwege de enorme hoogteverschillen kan het weer plaatselijk per vierkante kilometer én dagdeel sterk verschillen. De beste reistijd voor wandelaars valt ergens tussen de drogere, warmere maanden juni en september.

ACCOMMODATIES

In Valle d’Aosta zijn genoeg slaapplekken voor elk budget en comfortniveau te vinden. We overnachtten in de volgende berghutten en hotels:

Rifugio Bertone: overnachting p.p.: €20 (logies); €40/€50 (halfpension, slaapzaal/kamer); locatie Saxe 11013 Courmayeur Mont, Fier Mont Blanc, Refuge tel +39 0165 844612, www.rifugiobertone.it

Rifugio Alpino Walter Bonatti: overnachting p.p.: €32 (logies, slaapzaal/kamer); €45 (logies en ontbijt slaapzaal/kamer); €55/€75 (halfpension, slaapzaal/kamer); locatie Malatrà, Val Ferret, 11013 Courmayeur, tel. +39 165 869055, www.rifugiobonatti.it

Hotel Maison Saint Jean: overnachting p.p.: vanaf €65; locatie: Vicolo Dolonne 18, Courmayeur, www.msj.it

Hotel Punta Maquignaz: overnachting p.p.: vanaf €65; locatie: Piazza Maquignaz 2, 11021 Breuil-Cervinia, www.puntamaquignaz.com

TOUR & TREKKING

Van eendagswandelingen voor beginners tot een elfdaags rondje Matterhorn en van mountainbiken tot freeride-heliskiën; je bent altijd in goede handen bij gids Mien Barrel en zijn collega’s van Sirdar Montagne & Aventure, www.sirdar-montagne.com

TOUR DU MONT BLANC

De 170 kilometer lange Tour du Mont Blanc (TMB) voert over Frans, Zwitsers en Italiaans grondgebied en laat zich in tien tot twaalf dagen bewandelen. Afhankelijk van het weer en uw fysieke conditie. Reken op ongeveer vijf tot zeven uur lopen per dag. Het gemiddelde hoogteverschil per dag ligt rond de 800 meter, wat de TMB – te herkennen aan de vele gele bordjes en gemarkeerde rotsen onderweg – een middelzware tocht maakt.

De TMB is prima zelfstandig af te leggen, maar als je de uitdaging liever onder begeleiding aangaat, kost dat exclusief vliegtickets rond de 800 euro. Voor meer informatie: www.autourdumontblanc.com

MATTERHORN, IJZEREN KRUIS

De Matterhorn

De Matterhorn en omgeving bieden tal van mogelijkheden voor avontuur en ontspanning. De Heilige Graal is natuurlijk het ijzeren kruis op Monte Cervino zelf, dat met een speciaal programma in drie klimmen bereikbaar is. Kosten variëren vanaf 950 euro per persoon. Hoewel veel georganiseerde trekkings in het gebied toch enige ervaring vereisen, zijn er vele dagtochten voor beginners mogelijk.

In Breuil-Cervinia kun je voor meer informatie terecht bij de Società delle Guide del Cervino, www.guidedelcervino.com

WINTERSPORT

Valle d’Aosta is erg populair bij wintersportliefhebbers vanwege het lange seizoen (oktober tot eind april), de uitstekende infrastructuur en het adembenemende, verrassend zonovergoten decor. En in de zomer? Een mens kan maar zo veel mussen van het hete dak zien vallen. Wie ook in hartje zomer de sneeuw onder zijn schoenen wil horen knerpen, kan op verscheidene plaatsen op een gletsjer op de latten stappen. Pak bijvoorbeeld in Breuil-Cervinia de kabelbaan naar Monte Rosa, waar je tot september sporen kunt trekken.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd Required fields are marked *

*