Kunst, film, muziekMuziekNieuws

Italiaanse popsterren onbeperkt houdbaar

Hoewel Nederlanders hun liefde voor Italië graag (en bij voorkeur volmondig) betuigen in de keuken, kunnen we over het algemeen zeggen dat hun kunst en cultuur de liefdesbasis vormen. Made in Italy, we zijn er dol op. Neem de popmuziek. Maar zeg eens eerlijk, hoeveel houd jij eigenlijk nog van Eros, Laura en Fun Fun? Aan tafel! Ehh… de draaitafel.  

Italianen hebben altijd een oor gehad voor trendsettende muziek, zelfs al voordat Italië Italië heette. Van de troubadours in de middeleeuwen, via de katholieke madrigalen en de opera tot de populaire jazzen popstromingen. Zelfs dance is de Italianen toevertrouwd

De Italiaanse muziek spoelde de afgelopen eeuwen vaak in golven over ons land. Soms om te blijven, zoals de klassieke opera’s, maar veel vaker om daarna weer te verdwijnen. Het succes van crooners, die in de jaren 50 en 60 vaak klonken in de ijssalons, was bijvoorbeeld van tijdelijke aard. In de daaropvolgende decennia behaalden de Italiaanse popsterren regelmatig onze hitparades met veelal dansbare zomerplaten uit de drumcomputer. Opgepikt in de club, op een radiostation of het San Remo Festival ging de plaat of het cassettebandje mee de koffer in naar huis. Hilversum 3 (nu 3FM), hoorde in de hits een alibi om de vakantiesfeer van de zomer en de luisteraars langer vast te houden.

Eros, Laura, Paolo

In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw was het heel normaal dat anderstaligen een plekje veroverden in de Nederlandse Top 40. Julio Iglesias had zowaar een abonnement op onze hitlijst en, ondanks de nog gespannen relatie, kregen ook de Duitsers regelmatig voet aan de grond. Italiaanse artiesten beleefden hun climax in de jaren 80. Zo vond Eros Ramazotti, die in eigen land ontdekt werd tijdens San Remo, eerst in Nederland en later in een groot deel van de wereld een enorm groot gehoor.

Dat succesverhaal geldt min of meer ook voor Adelmo Fornaciari, die als Zucchero in Nederland een springplank vond naar andere landen. Net als Laura Pausini en Paolo Conte overigens. Eros, Laura, Zucchero en Paolo (81!) staan nog altijd voor uitverkochte zalen en verkopen albums als zoete broodjes, al doen ze het nu een beetje rustiger aandoet. Vreemd genoeg moeten we het op de Nederlandse radiozenders tegenwoordig nog altijd stellen met hun successen uit de vorige eeuw. Een gemiste kans. Gelukkig zijn de sterren nog wel te horen tijdens de Top2000.

Italodisco

Ryan Paris

Er zijn ook Italianen die als een ‘one-hit-wonder’ voorbij vliegen. Fabio Roscioli bijvoorbeeld. Deze acteur wilde niet dat zijn popambities ten koste zouden gaan van zijn carrière en gebruikte een pseudoniem. Bovendien werd de videoclip voor de zekerheid opgenomen in Parijs. Dat hij als Ryan Paris een vette Europese hit scoorde met Dolce Vita had hij niet durven dromen. Ook in Nederland werd het een nummer 1 in 1983. Dat Roscioli na Dolce Vita de hitparade niet meer wist te vinden, is betrekkelijk. Hij is in het clubcircuit namelijk nog altijd razend populair met zijn synthesizerliedjes.

Vandaag de dag is Fabio’s hit nog altijd niet vergeten getuige de recente commercial van KPN.

Fun Fun

Ivana Spagna en Angela Parisi moesten het in de jaren 80 ook hebben van de digitale muziek. Onder de naam Fun Fun scoorde het Italiaanse popduo meerdere grote hits, zoals Colour my Love, Baila Bolero en Happy Station. Fun Fun bestaat nog altijd, zij het in een wisselende samenstelling en de dames playbacken met alle liefde hun – wat wij nu noemen – foute muziek.

Righeira

In diezelfde categorie vind je overigens de singeltjes van Righeira. Dit Italiaans duo (Stefano Righi en Stefano Rota) werd vooral bekend in 1983 met de Spaanstalige discoknallers Vamos a la playa en No tengo dinero, geproduceerd door de broers La Bionda. Een derde hitpoging, deze keer met een Italiaanse tekst, sneuvelde. Mogelijk omdat de titel L’estate sta finendo de zomer uitluidt.

Tony Esposito

Uit Napels kwam Tony Esposito. Ook hij wist het zomergevoel uit de synthesizer te halen en scoorde eerst een klein hitje met Kalimba da Luna. In 1987 volgde een monstersucces met Papa Chico. Sindsdien is er, zeker in Nederland, niet veel meer van de Napolitaan gehoord.

Pino D’Angio

Dat geldt ook voor Giuseppe Chierchia. Wie? De arts in opleiding werd in 1981 min of meer overvallen door het succes van Ma Quale Idea, met die vette basslijn, dat hij opnam onder de artiestennaam Pino D’Angio. Een beetje snuffelen in de archieven leert dat Giuseppe toentertijd altijd rokend optrad en uiteindelijk roemloos door de achterdeur is verdwenen.

Francesco Napoli

Dat de zoon van een operazangeres niet per se op hetzelfde podium beland, bewees Francesco Napoli. Aan het eind van de jaren 80 haalt zijn Balla Balla vele Europese hitlijsten. Inmiddels kan de 60-jarige zanger terugzien op een succesvolle carrière, vooral in Duitsland, waar hij woont.

Voor jaar werd een boeiende documentaire gemaakt over de Italo Disco.

Underground

De zogenoemde Italodisco (met de klemtoon op de eerste lettergreep) verdween na de jaren 80 weliswaar uit de hitparade en van de Nederlandse radiozenders, maar niet van de draaitafel. Integendeel zelfs. De muziek ging ondergronds en er is, met name in Duitsland en Nederland, een enorme clubcultuur ontstaan rond de Italiaanse muziekstroming van elektronische instrumenten. Je hoort er de beschreven zomerhits, maar ook een compleet nieuwe generatie artiesten. In Utrecht kun je op verschillende locaties terecht om lekker old-school ‘Italiaans’ te dansen en anders staan de internetzenders Radio Stad Den Haag en Fantasy Radio garant voor sentiment.  

Voor altijd en eeuwig

Toto Cutugno

In tegenstelling tot de Nederlandse moraal ‘Je bent zo goed als je laatste werk’ betuigt Italië veel meer trouw aan de sterren van weleer. Trouw tot in de eeuwigheid, zoals dat heet. Zo wordt Salvatore (Toto) Cutugno nog altijd geëerd voor de klassieker L’Italiano (1983) en zijn deelname aan het festival van San Remo. Maar liefst dertien keer kwam hij opdraven, waarbij hij een keer won: met Solo noi in 1980. Tien jaar later won Cutugno het Eurovisie Songfestival met Insieme 1992.

Raffaella Carra

Raffaella Carra ontviel ons helaas vorig jaar, ze was nog altijd erg populair in Italië, dankzij haar filmrollen en presentatiewerk, maar ook om die ene grote hit: A far l’Amore comincia tu. Dit nummer stond in 1977 hoog in de Nederlandse hitparade. Dat ze mede door een lange TV-carrière ook na haar dood nog geliefd is blijkt uit het feit dat haar afbeelding binnenkort op een euromunt verschijnt!

Giorgia Todrani

Ook Giorgia Todrani wordt niet vergeten. In de afgelopen 24 jaar waren niet al haar albums kaskrakers, maar de Italianen hebben haar nog altijd lief. Ook wij kennen Giorgia, al weten veel mensen dat niet. Samen met Eros Ramazotti schreef ze namelijk het winnende lied van het San Remo Festival, Come Saprei. Marco Borsato maakte daar Kom maar bij mij van.

Matia Bazar

In 1986 scoorde de groep Matia Bazar een internationale hit met Ti Sento en ze bestaan nog steeds. Sterker nog, de band is enorm populair in eigen land. Hoewel zangeres Antonella Ruggiero de band in 1989 heeft verlaten, staat Ti Sento nog altijd op de playlist.

Alice en Battiato

Ken je Alice en Battiato nog? Het duo had in de jaren 80 veel succes in binnen- en buitenland, maar de klapper kwam pas in 1984, toen ze met I treni di Tozeur deelnamen aan het Eurovisie Songfestival. Alice (echte naam: Carla Bissi) maakt nog altijd veel muziek, terwijl Franco Battiato zijn heil heeft gevonden in de film. De twee zijn nog altijd ongekend geliefd in Italië.   

Een reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back to top button