Valentina Bertazzoni waakt over familietradities

Fornuizenfabriek wil nog zeker 135 jaar voort

In Italië is de familie nog steeds heilig, ook in het zakenleven. Als het even kan werkt iedereen mee in het bedrijf en de bambini nemen het stokje van pa of ma op ten duur over. Het aandeel familiebedrijven is zeer groot en sommigen gaan al heel lang mee. In de top 10 met oudste familiebedrijven ter wereld komen er zelfs vier uit Italië.

Klokkengieterij Fonderia Pontificia Marinelli uit Agnone werd al in het jaar 1000 opgericht en is nog steeds in handen van nazaten. Dat geldt ook voor de wijnmakers Barone Ricasoli uit Siena (sinds 1141). Glasblazerij Barovier & Toso uit Murano stamt uit 1295 en wordt nu al door de 20e generatie geleid! Tot slot kent u vast ook de wijn van mijnheer Antinori uit Florence die daar in het jaar 1385 mee begon. Zijn achter-achter-achter-achter-achter- etc. kleinkinderen maken nog steeds topwijnen.

In het kookgekke land is het niet vreemd dat ze ook aardige keukens en keukenspullen maken. Culinaire meesters kunnen niet zonder goed gereedschap nietwaar? Keukens en fornuizen worden dan ook al meer dan 100 jaar gemaakt door families, meestal in het geïndustrialiseerde noorden van het land. Daar zijn fijnmazige netwerken van fabrikanten en toeleveranciers die vlakbij elkaar gevestigd zijn, ieder met zijn specialiteit. Samen laten ze in perfecte harmonie en met groot vakmanschap de mooiste producten van de band rollen.

Francesco Bertazzoni

Een van die bedrijven is fornuizenfabrikant Bertazzoni uit het plaatsje Guastalla, zo’n 35 km van Parma. Het trotse merk uit 1882 viert alweer bijna het 140-jarig bestaan. Het werd ooit opgericht door Francesco Bertazzoni die weeginstrumenten voor de kaasindustrie maakte. Het bedrijf wordt nu geleid door de 5e en 6e generatie. Wij spraken met Valentina Bertazzoni, de 38-jarige dochter van grote baas Paolo en als directielid verantwoordelijk voor het design en de marketing van het merk. Ons gesprek begon met felicitaties en met de vraag hoe zij zelf de lange historie ervaart: “Het is een eer dat ik voor het bedrijf mag werken maar tegelijk voel ik ook een grote verantwoordelijkheid. Ik moet wel zorgen voor de continuïteit na al die generaties in de familie”.

De familie Bertazzoni

Over die historie. Het viel ons op dat een ander bekend keukenmerk, SMEG, in hetzelfde kleine plaatsje als jullie gevestigd is en ook door een Bertazzoni is opgericht. Familie?

“Ja, inderdaad. SMEG is ontstaan uit de Bertazzoni familie. Een broer van mijn vader, Vittorio Bertazzoni wilde niet in het bedrijf werken, hij had eigen ideeën en begon voor zichzelf. Hij heeft dat bedrijf opgebouwd. We hebben een prima relatie en zitten meestal in verschillende delen van de markt. Maar we hebben dus ieder een eigen fabriek in het kleine dorp. SMEG wordt nu geleid door Vittorio Bertazzoni, naamgenoot en kleinzoon van de oprichter. Als mensen uit Nederland in de buurt zijn mogen ze trouwens gewoon langskomen bij ons, ze zijn van harte welkom. We hebben zelfs een Casa Bertazzoni waar we bezoekers helemaal meenemen in ons verhaal en natuurlijk krijgen ze heerlijk te eten. Ze moeten wel even bellen voor een afspraak.”

U bent de dochter van de CEO. Was het een moetje om in het bedrijf te komen werken?

“Nee, zeker niet. Mijn vader is inderdaad de baas en er zijn nog meer familieleden werkzaam. Bij ons geldt de gulden regel dat je het in de eerste instantie moet willen maar vooral ook verdienen. Na je studie moet je eerst elders een carrière opbouwen en dan besluiten of je in het familiebedrijf verder wilt. Er wordt totaal geen druk gelegd. Het mooie is dat iedere generatie weer iets toevoegt aan het geheel.“

Hoe was dat dan als kind, u speelde zeker alleen met kleine oventjes?

“Niet echt hoor, ik had een hele gewone en gelukkige jeugd. Soms ging op ik zaterdag mee naar kantoor. Mijn vader had een van de eerste Apple computers en daar zat ik dan lekker op te tekenen. Het was in het begin ook helemaal geen droom om in het bedrijf te werken. Ik ben na mijn studie begonnen als interieurarchitect. Maar later werd het gevoel steeds sterker en was het heel natuurlijk dat ik instroomde.”

Heeft u zelf ook al een gezin en kinderen?

“Nee, nog niet. Maar ik ga wel deze zomer trouwen dus wie weet?! Mijn toekomstige echtgenoot werkt niet in het bedrijf, hij is advocaat in Milaan.”

Het eerste fornuis van Bertazzoni. Op de foto boven dit artikel houdt Valentina een 3-d geprint model in de hand

Hoe is het nu eigenlijk met de positie van de vrouw in het Italiaanse zakenleven?

“Die wordt steeds sterker. Met name mijn generatie is heel zelfstandig en werkt veel. Zo ben ik zelf ook altijd opgevoed. Voor jezelf zorgen. De Italiaanse mama’s van tegenwoordig zijn druk en hebben geen tijd meer om te koken! Gelukkig is mijn toekomstige man een groot talent in de keuken op ons gele fornuis. Daar maakt hij pasta en daar ben ik net als alle Italianen gek op. Eenvoudig maar liefst wel pittig, met peperoncini bijvoorbeeld. Maar mijn favoriete gerecht is alle Vongole, met venusschelpen.”

Uw regio wordt gekenmerkt door groot vakmanschap. Maar de arbeidskosten in Italië zijn wel hoog. Overwegen jullie niet om elders goedkoper te produceren?

 “We willen niet elders produceren want we willen controle houden. Alles maken we in onze eigen fabriek op enkele onderdelen na die we inkopen zoals magnetrons. Maar het allerbelangrijkste is dat we een verplichting voelen naar de lokale samenleving die ons ook zo ver heeft gebracht. We willen werkgelegenheid creëren. Bij ons is nog heel veel handwerk, we werken niet met robots maar met echte mensen. Er zijn gelukkig ook genoeg mensen die bij ons willen werken maar we zoeken alleen de beste mensen die erg accuraat zijn. Er mag niets misgaan want veiligheid is bij onze producten erg belangrijk. We trainen de mensen verder heel breed zodat ze veel afwisselende werkzaamheden kunnen doen en ze plezier houden.“

Hebben jullie het moeilijk gehad in de crisis?

“Nee, we groeiden juist. We zitten in 60 landen dus als het ene land slecht gaat, gaat het andere wel weer goed. Amerika is bijvoorbeeld onze grootste markt.”

Jullie markt is erg competitief, in Duitsland zitten ze niet stil. Wat is het verschil tussen een Duits en een Italiaans fornuis?

“De overeenkomsten zijn in ieder geval het grote gevoel voor techniek. Maar het verschil zit ‘m vooral in het design en de manier waarop de apparatuur met de gebruiker omgaat. Bij de Italiaanse ovens is er meer vrijheid voor creativiteit. Bij de Duitse apparatuur gaat alles volgens vaste regels en patronen.”

Nog even over de concurrentie. Wat vindt u van Boretti?

 “Veel mensen in Nederland beginnen inderdaad over dat merk. Ik zou me er zelf niet zo prettig bij voelen. Zo’n verhaal is niet duurzaam. Mensen zijn steeds beter geïnformeerd en in het luxe segment zijn klanten veeleisend. Die willen een echt verhaal.“

Maar dat zeggen meer echte Italiaanse merken, waarom zijn jullie de beste?

 “Onze historie en familiestructuur heeft er voor gezorgd dat we experts zijn in wat we doen maar ook dat we langdurige relaties aangaan met bijvoorbeeld leveranciers. Daardoor maken we een constante hoge kwaliteit. Tot slot is de passie om voor het bedrijf te werken groot. Daardoor willen we altijd beter zijn dan de rest.“

Jullie zitten vlakbij de fabrieken van Ferrari en Lamborghini. Is het eten in jullie ovens ook supersnel klaar?!

“Jazeker! En we hebben zelfs lak op onze ovens die ze ook gebruiken voor de sportwagens van Ferrari. In dezelfde spuiterij komen eerst de autoonderdelen langs en dan onze ovens. Die lak is dus supersterk en duurzaam. Een klant die ons rode fornuis kocht mailde dat hij zijn Ferrari in de keuken had geparkeerd! Overigens gebruiken we zoveel heldere kleuren omdat we vinden dat koken een feest is. Daar horen geen saaie kleuren bij.”

Jullie merk is al vijf jaar te koop in Nederland maar pas vorig hadden jullie de grote introductie. Is dat niet wat laat?

“Nee, dat komt omdat we eerst een goed distributienetwerk opbouwen in een land en pas dan actief worden met promotie. Anders stellen we mensen teleur. Het gaat trouwens heel goed, we groeien en geloven in de Nederlandse markt. Het luxe segment is hier sowieso groter dan in ons eigen land en de markt trekt ook nog eens aan.“

Wat is uw eigen droom, wilt u uiteindelijk uw vader opvolgen?

“Ja, dat wil ik zeker, alhoewel ik nu al weet dat hij het er moeilijk mee zal hebben. Wie weet spreken we elkaar dus over een paar jaar in een nieuwe rol!”

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd Required fields are marked *

*