Italiaanse motoren, vroem vroem!

Dat Italië het land van auto’s is, hoef je de rest van de wereld al niet meer te vertellen. De pk’s zijn de reputatie voorbij gesneld. Maar ook op twee wielen heeft Italië een naam hoog te houden. Meerdere namen zelfs; Aprilia, Ducati, MV Agusta en Moto Guzzi bijvoorbeeld. Lezers opgepast: start de motoren als het na alle Coronaperikelen weer mag!  

De paden op, de lanen in. Het is koren op de molen voor motorrijders in Italië, want waar anders bieden ze je hoogteverschillen, kronkelige weggetjes en zo’n veelzijdig decor. Neem de Dolomietenroute, een rondje Sardinië of de Amalfitaanse kustlijn.

Italiaanse motormuizen rijden graag Moto Guzzi

Een klassieker onder liefhebbers is de Mille Miglia. Hûh, maar dat is toch een autorace? Zeker, maar wat je op vier wielen kunt, lukt ook op twee. La corsa piú bella del mondo (de mooiste race ter wereld) trekt al bijna honderd jaar met ‘monumentale’ bolides door de Laars, toegejuicht door miljoenen toeschouwers langs de route. Maar zodra de wagens hun duizend mijl hebben afgelegd, is de weg vrij voor de tweewieligen. De route is openbaar immers en garandeert het mooiste van Italië. Zeker in het voorjaar zijn er tussen Brescia (startplaats) en het keerpunt Rome duizenden motorrijders te vinden die hún Mille Miglia willen ervaren. Geef ze eens ongelijk.

Aprilia V4

Het is niet alleen het klimaat of het landschap dat van Italië een geliefd motorland maakt. Nee, het is ook een indrukwekkende industrietak. Italianen hebben een sterke fascinatie namelijk voor stijl en snelheid. Een mix van stoere schoonheid, anders gezegd. Het moet glimmen én vlammen.

Het merk Aprilia is daarvan een goed voorbeeld. Het merk is ontstaan uit de rijwielfabriek Industria Cicli & Ciclimotori di Beggio Cav. in Rome en werd vernoemd naar een model van Lancia. In eerste instantie werd  gebruik gemaakt van Franco Morini- en Sachsblokken, maar toen Aprilia zich op de racerij stortte, kwam er een replica met een Suzuki RG 250-blok en later een 1000 cc V-twin, de RSV Mille, de SL1000 Falco, de ETV1000 Caponord, de Futura en de Tuono.

De Tuono V4 RR is de snelste en meest sportieve naked bike ooit, zo zegt de fabrikant op haar website

Het bedrijf maakte indruk op het circuit en dat maakt hoogmoedig bovendien. Zo ontstonden na de overname van Moto Guzzi en Laverda geldproblemen. Piaggio wist Aprilia in 2004 nog maar net overeind te houden en sindsdien worden de Apriliamotoren voornamelijk voorzien van door Piaggio ontwikkelde onderdelen. Met uitzondering van de motoren! Dat eigen fabricaat (V4) moet ervoor zorgen dat Aprilia in de komende jaren weer vaker op de erepodia van de racerij te vinden is.

Vliegtechniek

Graaf Luigi Bonmartini had een kleine honderd jaar geleden een adviesbedrijf voor de luchtvaartindustrie toen zijn aandacht werd getrokken door een project van de ingenieurs Carlo Gianini en Piero Remor. Zij hadden een dwarsgeplaatste viercilinder lijnmotor gemaakt met een bovenliggende nokkenas. Interessant.

Bonmartini richtte het bedrijf GRB (Gianini, Remor, Bonmartini) op en gezamenlijk wisten ze de techniek op wielen te zetten. De machine kreeg de naam OPRA en Piero Taruffi werd als testrijder aangetrokken. De eerste race, de Grand Prix van Rome, ging weliswaar verloren (de motor werd opgeblazen), maar een nieuwe trend was wel gezet. 

MV Agusta

Ook MV Agusta kwam min of meer uit de lucht vallen. Meccanica Verghera Agusta S.p.A. was namelijk een fabrikant van vliegtuigen en helikopters, maar onder aanvoering van graaf Domenico Agusta werd in 1945 in Gallarate begonnen met de bouw van motorfietsen.

In eerste instantie hield MV Agusta zich vanaf 1948 bezig met wegraces, hoewel er ook straatmodellen en zelfs scooters geproduceerd werden. Niet zonder resultaat, want er werden in diverse klassen in totaal 38 wereldtitels behaald. Na de dood van Domenico richtte het bedrijf zich weer meer op de productie van helikopters. De naam MV Agusta ging een eigen leven leiden. Zo belandde de motorentak via diverse overnames in handen van Harley-Davidson. In 2010 werd het bedrijf noodgedwongen terug verkocht aan de familie Castiglioni.

 Onder de naam ‘Gamma Rosso’ heeft MV Agusta dit jaar een drietal nieuwe instapmodellen gelanceerd. Dit is de Brutale 800 Rosso.

Kleppen van Ducati

De fan en liefhebber herkent een Ducati met zijn ogen dicht. De sportieve staande eencilinders en tweecilinders in L-vorm, de kenmerkende desmodromische klepbediening en de beroemde koningsasmotoren. Eén keer gas geven en het is bingo. Het is dan ook een merk voor liefhebbers.

Ducati is vlak na de Tweede Wereldoorlog ontstaan uit de radiofabriek Societa Scientifi ca Radio Brevetti Ducati, die door de regering werd overgenomen. De plannen waren groots: eerst motoren, later auto’s. De eerste producten waren dan ook 48 en 65 cc motorfietsen en scooters, waaronder de klassieker ‘Cucciolo’. Op vier wielen reed de DU4, maar dat was slechts een prototype. Verder is het niet gekomen.

In 1952 kwam de eerste echte Ducati op de weg, de ‘98’. Voor een revolutie zorgde ontwerper Fabio Taglioni met zijn legendarische klepbediening. Dit zette een stempel op vrijwel alle Ducati’s die sindsdien  gebouwd zijn. De groei en het succes leidde tot overnames en zelfs een beursgang (1999), maar zes jaar later kwam het bedrijf weer in Italiaanse handen. Niet voor lang, want leidend onder een torenhoge schuld werd het motorhuis ‘gered’ door Audi.

Ducati werd hard getroffen door het corona-virus in 2020. De fabriek ging dicht en de verkoop van nieuwe motoren lag stil. De perspresentatie van de nieuwe Streetfighter V4 was online en niet op het Spaanse circuit van Askari. De nieuwe Ducati Streetfighter V4 heeft 208 PK en kost 22.999 euro. 

Ducati Museum

Speciaal voor de liefhebbers werd twintig jaar geleden in Bologna het Museo Ducati geopend. Hier vind je ruim duizend vierkante meter aan historie en hoogtepunten, de kampioensmotoren incluis.

En als echt niemand jouw hobby begrijpt,  kun je nog altijd lid worden van de Ducati Club Nederland. Zie ducaticlub.nl.

Carlo Guzzi

Ook Moto Guzzi heeft zijn geschiedenis ondergebracht in een museum. In Mandello del Lario, de geboorteplaats van de Moto Guzzi Eagle vlakbij het Comomeer, staan meer dan 150 modellen te pronken. Dat was nog lastig kiezen, want de geschiedenis omsluit bijna een eeuw.

Het merk werd vernoemd naar Carlo Guzzi, die wel de initiatiefnemer was, maar niet de oprichter. De familie Guzzi kwam oorspronkelijk uit Milaan, maar bezat rond de eeuwwisseling een aantal huizen in een klein vissersdorpje dat nu Mandello  del Lario heet. Carlo Guzzi (1888-1964) was erg geïnteresseerd in de techniek van de opkomende voertuigindustrie en leerde veel van de dorpssmid Giorgio Ripamonti.

Al snel demonteerde Carlo in de kelder van het ouderlijk huis motorfietsen, vooral van Italiaanse merken. Hij zag al snel dat het beter kon en samen bouwden ze een motorfiets waarin de goede technische oplossingen werden samengevoegd: een 500cc-eencilinder, met een aantal bijzondere kenmerken. Zo was de machine vrij licht, zaten er vier kleppen in de cilinderkop, voorkwam een buitenliggend vliegwiel trillingen en zorgde een liggende motor voor meer comfort.

de Norge 1928

Geroemd wordt Moto Guzzi door het creëren van voertuigen voor mobiliteit van de Italianen na de oorlog, zoals de Lightweight Guzzino 65 en voor het ‘opnieuw uitvinden’ van het concept in de late jaren zestig, met de V7 Sport. Ook de Norge 1928 moet vermeld worden, het meest bijzondere voertuig in de geschiedenis van de motorfiets, ontworpen door Carlo Guzzi en zijn broer Joseph, en het Falconemodel, een droom voor veel van de coureurs van de jaren vijftig.

Een van de bekendste modellen van het liefhebbersmerk, de California

Lambo-motoren

Ook Lamborghini, het machtige automerk, zou een paar jaar geleden gewerkt hebben aan een motorfiets de Lamborghini Caramelo maar we hebben er niets meer van vernomen.

de ‘Design 90’

Het is niet de eerste keer dat Lamborghini probeert een motor te lanceren. In de jaren 80 van de vorige eeuw werd met veel bombarie de ‘Design 90’ gepresenteerd. Op papier een serieuze klepper: 1000cc met 120 PK in de buik, Brembo remmen, uitlaten en wielen die speciaal voor de Lambobike waren gemaakt en een volledig omsluitend superlicht bodywork, waarvan akte.

Voor die  tijd een ongekend ontwerp. Maar het technisch pareltje is nooit een hoogvlieger geworden. Er zouden er slechts tien van zijn gemaakt toen Lamborghini de handdoek in de ring gooide. Een collector’s item is het dus zeker wel!

Het idee voor de Caramelo was een 1000cc V4 motor met om en nabij de 200 PK. Om het geheel zo licht mogelijk te houden, zou het frame zelfs gedeeltelijk uit carbon gemaakt worden. Maar goed, het bleef dus stil in Sant’Agata Bolognese.

Meesters van de weg

Valentino Rossi is met zijn negen wereldtitels en ruim honderd Grand Prix-overwinningen één van de beste motorcoureurs ter wereld. Il Capra wordt ‘ie wel genoemd, wat staat voor de allerbeste. Hij had het niet van een vreemde, want ook pappa Graziano schreef geschiedenis in de motorsport.

Valentino was nog maar een kleuter toen zijn vader hem een 100 cc kartmotor onder zijn billetjes schoof en daarmee had de kleine jongen de racesmaak op minibikes te pakken. Moeder Stefania zag het allemaal met lede ogen aan, zo gaat het verhaal. Hij won regionale wedstrijden, nationale wedstrijden en maakte in 1993 de overstap naar het wegracen. Niet onverdienstelijk, want enkele jaren later werd Rossi wereldkampioen in de 125cc-klasse. Sindsdien werden opvallende voetnoten geplaatst in de analen van de sportgeschiedenis. Zo werd Rossi na Phil Read de tweede coureur die alle drie de wereldtitels (125 cc – 250 cc – 500 cc) in de wegracerij won. Hij reed in 2002 en 2003 op een Honda RC211V en werd in beide jaren wereldkampioen in deze klasse. In 2009 werd geschiedenis geschreven in Assen, waar de Italiaan zijn honderdste Grand Prix-zege uit z’n carrière behaalde. Na de race kreeg hij een heel lange vlag met al zijn overwinningen erop.

Valentino Rossi en Marco Simoncelli

Ook wijlen Marco Simoncelli wordt in Italië op handen gedragen. De voormalige wereldkampioen van 2008 werd gezien als de grote belofte, misschien wel de opvolger van Valentino Rossi. Bizar genoeg kwamen de twee met elkaar in botsing tijdens de Grand Prix van Maleisië, waarna Simoncelli overleed, 24 jaar oud. Journalist Selwyn Ubels schreef er al eens een artikel over op onze website.

“Marco Simoncelli was niet alleen een van de meest veelbelovende motorcoureurs in Italië, hij bracht voor velen vreugde en plezier in moeilijke tijden. Zijn grootste successen moesten nog komen en juist dat maakt zijn overlijden tijdens de MotoGP race op 23 oktober 2011 zo tragisch. Zijn vader Paolo stond er vrijwel naast toen het gebeurde en wist meteen dat het mis was. Later gaf hij een interview op de Italiaanse televisie, waarin hij de kamer van zijn zoon liet zien; niet bepaald de kamer van een superster, maar die van een puber, met posters van zijn held Valentino Rossi. Rossi, die Simoncelli niet meer kon ontwijken nadat die de controle over zijn motor kwijt raakte. (…)

Paolo vertelde ook dat Marco zo positief in het leven stond. Altijd lachen en vol levensvreugde, niet bezig met geld en status. Zo liet hij een nieuw huis bouwen, naast het huis van zijn ouders. Geen villa, maar een eenvoudig huis met een grote eettafel die plaats genoeg bood om al z’n vrienden en familie aan te laten eten.

De bijnaam van Marco Simoncelli was ‘SuperSic’. SIC staat voor Sbattersene I Coglioni (altijd tot de limiet gaan). Tijdens zijn begrafenis waren meer dan 60.000 mensen aanwezig en deze werd live uitgezonden op drie Italiaanse zenders. Vele Italianen huilden dagen achtereen. Duizenden lieten berichtjes achter om deze tragedie te kunnen delen. SuperSic tot het einde.”

Het monument ter nagedachtenis net buiten het museum van Marco Simoncelli in zijn geboorteplaats Coriano

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd Required fields are marked *

*