Duurzaam Italië; Slow per il futuro

‘Investeren in een duurzame toekomst,’ ken je die uitdrukking? Ik hoor het dominee Gremdaat zo zeggen. Of premier Rutte. Publieke en politieke predikers hebben van duurzaamheid immers al jaren de mond vol. Het thema staat dan ook hoog op de wereldagenda. Gelijk Rutte pleit ook zijn Italiaanse bondgenoot Giuseppe Conte voor een betere wereld. Sterker nog, in Italië komt duurzaamheid met grote woorden én vele daden. Maar wat betekent dat voor jouw vakantie?!

Het zal je verrassen misschien, maar Italië is het eerste land ter wereld dat lessen over duurzaamheid en klimaatveranderingen verplicht maakt op scholen. Vanaf september zullen alle Italiaanse basis-en middelbare scholen 33 uur per jaar, ongeveer een uur per week, aan klimaatverandering besteden. Dat maakte onderwijsminister Lorenzo Fioramonti dit jaar bekend. En daar blijft het niet bij, want ook zijn ministerie zal opnieuw worden ingericht. Duurzaamheid en klimaat worden de kern van het Italiaanse onderwijsmodel, als we Fioramonti mogen geloven. Ik schrijf het met een Nederlands voorbehoud, omdat kabinetten in Italië nog wel eens willen vallen, nieuw beleid en grote ambities incluis. Bovendien vraagt invoering van de nieuwe leer waarschijnlijk meer tijd.

Lorenzo Fioramonti, van de populistische Vijfsterrenbeweging, is één van de Italiaanse bewindslieden die zich het meest uitspreekt over het milieu, soms tot ergernis van veel politici. Zo kreeg hij vorig jaar nog veel kritiek van andere partijen omdat hij studenten stimuleerde om te spijbelen voor klimaatprotesten. Hij deinst er niet voor terug en toont in het debat en interviews regelmatig spierballen, wat ook respect afdwingt. Met de invoering van milieuzaken in traditionele vakken als aardrijkskunde, wiskunde en natuurkunde kreeg hij in ieder geval veel handen op elkaar, ook internationaal.

Fioramonti hoopt dat kinderen zich meer bewust worden van klimaatverandering. “Ik wil van het Italiaanse onderwijssysteem het eerste systeem maken dat milieu en de samenleving centraal stelt in alles wat we op school leren. Op die manier kunnen wij, volwassenen, letterlijk investeren in hun toekomst,” zo vertelde hij aan persbureau Reuters.

Energiestrategie

De reorganisatie van het onderwijs is slechts één van de vele voorbeelden waarin Italië dapper het duurzame voortouw neemt. Ik schrijf ‘dapper’ omdat het voor de minder gefortuneerde landen binnen de EU niet eenvoudig is dergelijke investeringen aan de man te brengen. Daarnaast hechten Italianen meer dan andere Europeanen aan dat wat goed (genoeg) was. Zo wil Italië bijvoorbeeld vanaf 2025 geen kolen meer in zijn energiemix hebben. Dat is vastgelegd in de nieuwe energiestrategie. Enel, het grootste energiebedrijf van Italië, heeft dan ook al toegezegd dat het niet langer investeert in kolencentrales.

In die nieuwe strategie van de overheid staat dat 27% van de landelijke energieconsumptie uit duurzame bronnen moet komen in 2030. Dat is opvallend vanuit een Nederlands perspectief, want in het regeerakkoord van Rutte III staat weliswaar ook dat alle kolencentrales moeten sluiten, maar in Nederland gaat het een stuk langzamer.

Maatschappelijk verantwoord

Het zijn, hoe dan ook, kleine stapjes naar een betere wereld. Het overgrote gedeelte van de gebruikte energie in de Europese Unie is vandaag de dag namelijk nog altijd afkomstig uit aardgas en aardolie. De koolstof die in
deze fossiele brandstoffen is opgeslagen onder de grond, komt bij verbranding in de vorm van CO2 vrij in de atmosfeer. Om de klimaatverandering tegen te gaan, moet de uitstoot van CO2 beperkt worden, zo begrijpen ze ook in Italië. EU-klimaatcommissaris Frans Timmermans verklaarde in zijn beste Italiaans – en da’s heel best – daarom zijn Europese Green Deal. Het belangrijkste onderdeel van de plannen is het optekenen van een eerste Europese klimaatwet. In deze wet moet
vastgelegd worden dat de EU voor 2050 volledig klimaatneutraal behoort te zijn. Om dit te bereiken is een overgang naar een circulaire economie noodzakelijk. Hiervoor wordt een transitiefonds in het leven geroepen.

Dat Timmermans in Italië een begripvolle bondgenoot treft, is op zich niet zo’n verrassing. De maatschappelijke en sociale context van de economie is van oudsher namelijk een thema waarvoor veel belangstelling bestaat in Italië. De katholieke filosofie over dit onderwerp heeft een sterke invloed uitgeoefend. Volgens veel Italianen is het typische Italiaanse economische
model (‘Italianita’) mede hierdoor gevormd. Uitgangspunt is dat kleine familiebedrijven, doorgaans diep geworteld in een gemeenschap, gevoeliger geacht worden voor de maatschappelijk kanten van het ondernemen dan grote, multinationale en internationaal georiënteerde bedrijven. Kleine familiebedrijven vormen simpel gezegd de ruggengraat van het Italiaanse economische systeem. Deze historische aspecten werden vanaf het eind van de jaren zestig ook nog eens versterkt door een groeiende publieke aandacht voor milieuzorg en de (mensen) rechten van de werknemer.

Goeie reis, groene reis

Indachtig de collectieve Europese strategie, zet Italië voortvarend alvast zijn eerste grote milieustappen. Er worden op grote schaal alternatieve
energiebronnen aangeboord, het onderwijs krijgt een duurzame impuls en ook de thema’s vervoer en toerisme liggen onder een loep. In gastvrijheid mag niet gesneden worden, want er is geen land in Europa waar de kassa zo rinkelt. De overheid wilde dan ook lange tijd niet weten van het weren van auto’s en vliegtuigen, maar inmiddels is de kop uit het zand. De op vier na meest bezochte toeristische bestemming ter wereld heeft op enkele van de populairste plekken, zoals Venetië, namelijk al jaren te maken met ‘overtoerisme’, terwijl het aantal Nederlanders dat het vliegtuig pakt naar Italië maar blijft stijgen.

Dit luxeprobleem – laat het de Venetianen en Romeinen maar niet horen – wordt sinds kort aangepakt met een tweesporenbeleid van het ministerie van toerisme. Enerzijds zijn er regulerende maatregelen ingevoerd, zoals in Venetië, waar vlieg-, auto- en bus-toeristen op hoogtijdagen de stad amper in mogen. Anderzijds probeert het Nationaal Bureau voor Toerisme (ENIT) het publiek op andere gedachten te brengen door juist niet de steden, maar de streken aan te prijzen. En pak dan vooral de lokale boemeltrein, alstublieft!

Treinen in Italië

De trein gaat op de veerboot van Reggio di Calabria naar Messina op Sicilië

Om in Abruzzo, Lazio, Marche en Umbrië het toerisme te bevorderen
en beter te spreiden, is het ENIT een proef gestart om samen met deze
vier regio’s slow tourism te promoten, als duurzaam alternatief voor
het ‘selfietoerisme’ dat hand over hand toeneemt op de genoemde
A-locaties. Zo zijn er vier thema’s die in Abruzzo, Lazio, Marche en
Umbrië worden gepromoot:

  • Toerisme in de bergen
  • Wandeltoerisme,
  • Gastronomisch toerisme
  • Cultureel toerisme gericht op de vele vestingstadjes.

Hand in hand met het ENIT manifesteren steeds meer reisorganisaties zich met groene alternatieven, zoals Eco-reizen en Ecobnb. Wat te denken van wandelen met een schaapskudde door Toscane in plaats van rondjes rijden met uw heilige koe? Afgezien van voet- en fietstochten is de meest duurzame manier om naar en in Italië te reizen de trein.

Zo valt op Treinreiziger.nl te lezen dat er slaaptreinen rijden vanuit
Düsseldorf. Ook is de trein het makkelijkste en goedkoopste vervoermiddel
om van de ene regio naar de andere regio in Italië te reizen. De Italiaanse overheid zal de komende jaren flink investeren in een beter netwerk en comfortabeler materieel.
Trouwens, toeristen die echt een duurzame bijdrage willen leveren aan een ‘schoner’ Italië, blijven gewoon wat langer. Zo wordt je gemiddelde uitstoot per dag lager en is je vlucht meer waard! Wie kan daar nou tegen zijn?!

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd Required fields are marked *

*