Che Caldo! Frisdrankjes uit Italië.

Dorst zal je in Italië niet snel overkomen. Oké, het kan er in de zomer zinderend heet zijn, maar in het land van koffie en wijn is er altijd wel een barretje in de buurt. En in geval van nood, lessen de nasoni (drinkfonteintjes) of grattachecca (schaafijs) je grote dorst. Il Giornale belicht graag de dorstlessers met een kleurtje en een smaakje. 

Hoewel Italianen, klimatologisch gesproken, meer behoefte hebben aan verfrissing dan wij noorderlingen, talen ze niet echt naar frisdrank. Althans, niet zoals wij dat doen. Cola, sinas en 7Up doen in Nederland goede zaken, al moeten ze het steeds meer afleggen tegen de diverse ‘watertjes’.

Ook in de Italiaanse supermarkt staan Coca Cola en Fanta gebroederlijk op ooghoogte in het schap, maar erg populair zijn ze niet. Dat heeft met de prijs te maken én met de cultuur. Italianen houden het vochtpeil, tussen de vroege cappuccino en avondwijn namelijk liever op niveau met espresso en water. Vaak in een combinatie aan de bar.

Water is een industrie op zich, waarbij de Romeinen letterlijk aan de bron stonden. De keuze tussen naturale en gassata lijkt misschien een simpele, maar veel Italianen letten ook op de kleine lettertjes. Zitten er mineraalzouten in of wat extra bubbeltjes? Niet zelden wordt water omwille van de gezondheid dan ook toegevoegd aan het doktersrecept.

Alcoholvrije Italiaanse drankjes, lekker hip!

Het moge duidelijk zijn dat frisdranken in Italië niet worden gezien als gezonde dorstlessers, maar leuk en lekker zijn ze wel. Ze vallen daarom vooral in de smaak bij de hippe feestgangers. Zo’n alcoholvrij, kleurrijk flesje past prima naast de aperitivo en het brede mixenpalet op het terras. Als een snoepje op de late middag en een traktatie voor de kinderen op zondag.

San Pellegrino heeft daarin een naam hoog te houden. ’s Lands bekendste dorstlesser verhandelde het ‘heilige’ bronwater al in de 14de eeuw en voegde 86 jaar geleden de eerste smaakjes toe. De Aranciata orangeade variante bestond uit mineraalwater met geconcentreerd sinaasappelsap. Feitelijk deed San Pellegrino wat vele mamma’s in die tijd deden ter conservering: fruit en kruiden in water. Zij maakten zo hun eigen frisdrank en konden zich niet voorstellen dat hun achter- achterkleinkinderen in nu vijf euro zouden moeten betalen voor een glaasje fruitwater in een willekeurige hippe tent. Hoeveel Lires zouden dat nu zijn geweest?

San Pellegrino

De verhipping van frisdranken is overigens een internationale trend, maar de Italianen zijn daarin, met hun gevoel voor stijl en design, wel voorlopers. Zo introduceerde San Pellegrino de serie Life Deliziosa op de Nederlandse terrassen. Het zijn koolzuurhoudende waters, gemixt met vruchtensappen en zo’n 15% vruchtvlees. Over dit water uit Bergamo schreven wij eerder, maar ook het fruit heeft een verhaal, enigszins vergelijkbaar met de druiven in de mooiste wijnen.

Zo komen de vruchten uit Siciliaanse boomgaarden, waar de bodem extra vruchtbaar is door de vulkaan Etna. Je zou ook de zon en zeebries voelen kriebelen bij iedere slok.

Typisch Italiaans is ook Aranciata. De frisdrank bestaat al sinds 1932 en wordt inmiddels over de hele wereld geëxporteerd. Dat is niet voor niets. De smaak van echt sinaasappelsap en de schil van zongerijpte sinaasappelen geven de geeloranje frisdrank een bijzondere afdronk van citrus.

De Aranciata Rosso is de rode equivalent, waarin het sap geperst werd uit Siciliaanse Sanguinellosinaasappelen. Ook hierin bepalen citrustonen de afdronk.

Limonata moet het hebben van zeste en zongerijpte citroenen. Deze drank is wat groenig van kleur en intens van smaak.

De witgele Pompelmo is een frisdrank op basis van grapefruit en door de uitgesproken smaak gemaakt voor liefhebbers.

Dat geldt overigens ook voor Chinotto. Veel Nederlanders kennen deze kleine, bittere citrusvrucht niet. Hij groeit aan de voet van de Etna, lijkt op de sinaasappel en heeft een kenmerkende bitterzoete smaak.

De bronnen van Lurisia

San Pellegrino is weliswaar een grote speler op de frisdrankmarkt, ze zijn niet de enige. Zo liggen tussen Nice en Genua de bronnen van Lurisia. Hier worden frisdranken geproduceerd op basis van bijzonder licht, natriumarm bergwater dat afkomstig is van de Monte Pigna. Het verhaal gaat dat dit bronwater aan het begin van de vorige eeuw per toeval werd ontdekt door een mijnwerker. Deze zou in de streek rond Nivolana (tegenwoordig Lurisia) per ongeluk op een waterbron zijn gestuit. Het water bleek uitstekend te drinken en zou magische krachten bevatten. In de marketingwereld is alles geoorloofd, ahum.

Lurisia maakt vier verschillende frisdranken met dit bronwater en biologische ingrediënten, zoals Chinotto (met chinotto uit Savona), Acqua Tonica (tonic met een extract van de chinotto), Aranciata (sinaasappelen uit Gargano) en Gazzosa (citroenen van de Amalfi kust).

De drankjes van Lurisia

Het was in 1889 toen Angelo Abbondio in Tortona, dicht bij Alessandria, een frisdrankenfabriek oprichtte. Met originele (maar geheime) recepten, uitsluitend gemaakt van natuurlijke ingrediënten, slaagde hij erin om een frisdrank van zuivere smaken te creëren. De smaken zijn dus niet na te maken, de flesjes wel. De afbeeldingen met pin-up girls lijken namelijk sterk op de flesjes van de familie Macario.  Het is een retro uitstraling die past bij het verhaal van een kleinzoon die met het recept van oma de boer op gaat. De frisdranken van Macario zijn er in zes smaken.

San Benedetto’s is niet minder heilig dan Pellegrino, maar in Nederland vooral bekend van het water. De frisdranken van deze producent genieten in Italië grote bekendheid. Toch zijn ook de frisdranken van Benedetto’s hier te bestellen; Aranciata (sinas), Gassosa (citroen/limoen), Limone (citroen) en de authentieke smaken Chinotto en Pompelmo.

Van limoenade tot frisdrank

Frisdrank bestaat al honderden jaren. De verkoop van het drankje, gemaakt van limoensap, suiker en water, begon in de 17de eeuw in Italië. Deze ‘limoenade’ werd verkocht in ijssalons, waar ze goed wisten hoe ze het drankje moesten koelen, maar er waren kapers op de kust! Zo ontdekte de Engelse scheikundige Joseph Priestley in 1767 hoe je koolzuurgas aan water kon toevoegen. De toepassing van deze uitvinding op limoenade betekende de start van de frisdrankindustrie. Het was vervolgens een Zweed die in 1776 de eerste frisdrankfabriek opende. Zijn Nya Mineralvatten Fabrik produceerde drie flesjes per uur.

Frisdrank was lange tijd een luxe drank die rijke mensen in de zomermaanden dronken. Amerikaanse en Canadese soldaten maakten frisdrank in Nederland populair toen ze hun ‘soft drinks’ in de laatste oorlogsjaren mee naar Europa brachten. In 1956 introduceerde de Nederlandse frisdrankenindustrie officieel de term ‘frisdrank’. In de jaren zestig van de vorige eeuw groeiden frisdranken uit tot populaire dorstlessers. Dronk een gemiddelde Nederlander in 1960 nog 13 liter frisdrank per jaar, tien jaar later was dit al 55,5 liter en inmiddels zitten we aan het dubbele. (bron: fws.nl)

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd Required fields are marked *

*