Het Markante Marken

‘Het nieuwe Toscane’. Het is een slogan die werkt, want je vindt hem op vrijwel alle beurzen, websites en in vele bladen die De Marken (of Le Marche) onder de aandacht brengen. Ook Il Giornale wijdt deze lente veel woorden aan de geroemde provincie. Niet vanwege het nieuwe Toscane, maar vanwege het oude De Marken. Dat is namelijk wat de Marchesi zeggen: Wij zijn De Marken!

Om te beginnen moeten we eerst maar eens afrekenen met de marke(n)teers die het Toscaans beeldmerk volstrekt willekeurig misbruiken bij de oosterburen. Misschien weet u het nog, maar in de jaren tachtig was Umbrië ook al het zogenaamde nieuwe Toscane. En nu moet een soortgelijke campagne toeristen verleiden om naar De Marken te komen. Het zijn vooral de golvende heuvels die de drie genoemde regio’s bindt en daar blijft het bij. De Marchesi spreken namelijk een andere taal, eten een andere pot en ook voor de scheve toren, rennende paarden en blote David moet u uitsluitend in Toscane zijn. Niet in de Marken. Maar wat heeft De Marken dan wel? Een glooiend landschap inderdaad, waarover een kleurrijke lappendeken is gevallen. En verder rust, ruimte, oude stadjes, een veelzijdige keuken, lange zandstranden, warme gastvrijheid en sinds de jaren negentig opvallend veel Nederlanders. Zij vonden hier een perfecte plek voor hun B&B of Agriturismo. Een betaalbare plek ook, want het is hier geen… Toscane.

Er was eens…

De huidige schoonheid van het land is een feit, maar daar gaan ook enkele jaren van de mensheid aan vooraf. In het historisch museum van Ancona hebben we sporen achterhaald uit de Oude Steentijd. Die zogenoemde one small step for men zou dus zo’n 100.000 jaar v.Chr. zijn gezet in de grotten bij Fabriano. Foto’s uit die tijd moeten wij u derhalve schuldig blijven.viaggiemiraggi-marche-castelli-di-jesi

Stappen van betekenis zijn van recenter datum. We spreken van de pre-Romeinse periode toen de Etrusken in Toscane zaten en de Sabijnen – wat nu heet – De Marken in bezit namen. Hunafstammelingen beter gezegd: de Piceni (Piceniërs), vernoemd naar de Pico (specht). Ook een stad als Ascoli Piceno herinnert nog aan deze stam. Het was de vierde eeuw voor Christus toen de Piceniërs te maken kregen met de Galliërs. Zij wilden hun territorium uitbreiden, maar moesten afdruipen toen de Piceniërs rugdekking kregen van de Romeinen en de Grieken. Met deze Slag bij Sentinum (het huidige Sassoferrato) begint de zogeheten Romanisatie van De Marken en daar zijn tegenwoordig veel sporen van terug te vinden. Zo kreeg Ancona een haven van betekenis en op verschillende plaatsen in de regio werden tempels, thermen en theaters gebouwd. Jazeker, de Romeinen waren met recht de grondleggers van la dolce vita.

Karel, Leo, Napoleon

Echt lang konden de Romeinen niet genieten van ‘hun’ De Marken, want in de vele jaren die volgden hielden ook de Goten, de Vandalen, de Byzantiërs en de Longobarden hier huis. De val van de Romeinen liep dan ook uit op een soort landjepik, waarbij na iedere overwinning weer nieuwe grenzen getrokken werden en nederzettingen werden gebouwd. Tot in de achtste eeuw na Christus. Het was Karel de Grote die toen een einde maakte aan de overheersingen en rust bracht. Geestelijke rust ook. Hij schonk de regio aan Paus Leo III en liet zichzelf kronen tot Keizer van het Heilig Roomse Rijk. De Marken raakte in de ban van Spiritus Sanctus en na de theaters en thermen begon een nieuwe bouwperiode, die van kerken en abdijen, zoals de grote San Claudio en Santa Maria in Chienti en de prachtige hermitage van Fonte Avellana.

Olive Ascolane, grote gevulde olijven met een gefrituurd korstje

Olive Ascolane, grote gevulde olijven met een gefrituurd korstje

Ook het kruis van de Pauselijke Staat kon de inwoners niet beschermen tegen nieuwe opstanden en aanvallen. Zo kregen de pausen het steeds vaker aan de stok met Duitse keizers en toen in de 17de eeuw de rust gekeerd leek, vielen de Fransen de regio binnen. Het was Napoleon die De Marken tot zijn republiek wist te betrekken: het Italische Koninkrijk. Maar ook dat was niet voor lang, want na een pauselijke interventie en de veldslagen bij Castelfidardo in 1860 viel de genadeslag. De Marken was veilig binnen het koninkrijk en werd onderverdeeld in vier provincies. Hoewel de regio nog flink moest bloeden tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog, bleek De Marken van alle Italiaanse regio’s de meeste veerkracht te tonen. Er ontstond in de jaren vijftig van de vorige eeuw een heuse industriële revolutie in De Marken. De landbouw bracht – en brengt nog steeds – veel geld op, maar opvallend genoeg zijn hier ook veel familiebedrijven te vinden in witgoed en schoenen.

Het toerisme speelde in de vorige eeuw amper een rol van betekenis. Althans, Nederlanders zagen deze regio veelal over het hoofd. Zij bleven in het noorden hangen rond de meren en op de Toscaanse heuvels of daalden zonder te stoppen af richting Rome of Sicilië. Een gemiste kans!

Kleurrijk palet

maxresdefault

Strand van de Monte Conero

In de hoop dat u bij uw volgende bezoek aan Italië afdalend in de Laars ook eens linksaf slaat, heeft Il Giornale de hoogtepunten van De Marken alvast op een rijtje gezet. Niet uit de boekjes, voor de goede orde, maar ervaren aan den lijve. We know, it’s a dirty job…

Het gemis aan grote trekpleisters als Florence en Pisa in Toscane, mag je in De Marken beschouwen als een luxeprobleem. Immers, je kunt je aandacht er in alle rust verdelen over de minder bekende publiekstrekkers. Er valt dus veel te ontdekken. Praktisch gesproken moet dat een haalbare kaart zijn, want deze regio beperkt zicht tot een kleine 10.000 km² (3,21% van het totale land) met duidelijke contouren. Zo wordt De Marken ingeklemd tussen de Apennijnen en de Adriatische Zee, waarmee u direct twee uitersten te pakken heeft voor de invulling van uw vakantiedag: klimmen of badderen. In het winterse geval is een afdaling van de Monti Sibillini een aanrader, terwijl Sirolo bij zo’n 28 graden in de zomer bij uitstek geschikt is voor de badmat.

Tussen de bergen en de zee vormen de heuvels, bossen, steden en dorpjes een aantrekkelijk Marks palet. Daarbij moeten Urbino en Ascoli Piceno absoluut gezien en Verdicchio en truffel zeker geproefd worden. Maar vergeet ook niet te ruiken, te voelen en te luisteren in dit veelzijdige stukje Italië.

Urbino

Palazzo Ducale geldt als het mooiste renaissancepaleis van Italië en vormt dan ook het monumentaal centrum van deze middeleeuwse stad, met dank aan de hertog van Montefeltro. Hij was behalve rijk ook een groot kunstliefhebber en dat is zes eeuwen na dato nog goed te zien. Alle beroemde kunstenaars en architecten lieten er hun creatieve sporen na. Ook de straten om het paleis ademen nog altijd de grandeur van die tijd. Urbino heeft overigens een benedenstad en een bovenstad. Toeristen parkeren beneden en gaan te voet met de lift naar boven. Daar – in het bijzonder op het Piazza della Repubblica – is het in het voorjaar en in de zomer altijd een gezellige drukte dankzij de duizenden studenten die hier hun colleges volgen.

Niet te missen in Urbino is het geboortehuis van de schilder Raffaele (1483) en liefhebbers van zijn werk moeten dan ook beslist naar de Galleria Nazionale delle Marche in het paleis.

Urbino

Urbino

Grotte di Frasassi

Vergeet ons eigen Valkenburg wanneer u richting Ancona rijdt, want in het natuurpark van de gemeente Genga is het grot, groter grootst. Verrassend genoeg werden deze enorme spelonken pas ontdekt na de Tweede Wereldoorlog. Bij toeval nota bene, door een verdwaalde boer, zo zegt men. Het complex is 18 kilometer lang en op sommige plaatsen hangen de stalactieten op ruim 200 meter boven je hoofd. Je kunt er met gemak een kathedraal in verstoppen, maar ook daarmee citeren we de grootspraak van onze trotse gids. Die gids komt van pas tijdens een bezoek aan Frasassi’s ‘doolhof’, want er is slechts een deel van het grottencomplex opengesteld. Je kunt er dus prima verdwalen, wat voor speleologen weer een ultiem alibi is om het gangenstelsel van kalksteen verder te onderzoeken.

Dat de Grotte di Frasassi sinds 1974 een echte toeristentrekker zijn, blijkt wel. Honderden bordjes in de regio wijzen je de weg en eenmaal op expeditie maken de gekleurde lampen er een sfeervolle belevenis van.

Grotte di Frasassi

Grotte di Frasassi

Pèsaro

Raffaele werd geboren in Urbino en in Pèsaro stond in 1792 de wieg van Rossini. Een bedevaartsoord voor de klassieken onder u, maar ook andere muziekliefhebbers zullen hier niet ontkomen aan de componist. Bij een rondgang door de stad ligt de Via Rossini ongetwijfeld op de route en anders vindt u in het Conservatorio Rossini zijn piano en in het Teatro Rossini de opera’s van zijn hand. Tip: augustus is hier Rossini-maand!

Veel andere toeristen gaan voorbij aan het huis of de werken van de meester, want zij vinden in Pèsaro zon, zee en zand. Het is dan ook één van de grootste badplaatsen aan de Adriatische kust, maar het is hier wel wat rustiger dan in Rimini, 36 kilometer erboven. Voor een betrekkelijk kleine regio heeft De Marken een enorme kustlijn van 170 kilometer. Die zand- en kiezelstranden worden op twee plaatsen woest onderbroken door de rotsen; in Monte Conero en bij Monte San Bartolo.

Teatro Rossini

Teatro Rossini

Tartufo

Acqualagna,fiera del tartufo

Acqualagna,fiera del tartufo

Ze hebben het vaak geprobeerd, maar gelukt is het eigenlijk nog nooit: een truffel kun je niet kweken. En dus rest ons niet anders dan te schoffelen en te snuffelen in de eikenbossen van De Marken. Zo kun je rond het dorpje Acqualagna vrijwel het hele jaar door truffels vinden; winter- en zomertruffel dus. Acqualagna is goed voor twee derde van de gehele nationale productie en je vind ze hier in vele variaties. Alhoewel, vinden is nog niet zo eenvoudig. Het vraagt om een scherpe neus en een ervaren scharrelinstinct. Daarnaast kent de jacht op truffel allerlei spelregels, want het is voor veel mensen hun dagelijks brood. Er gaat veel geld om in de handel, zeker in het zwarte goud. En daarom heeft iedere ‘jager’ zijn eigen gebied en klantenkring. Stropers worden ook bij deze jacht niet geduld en dorpelingen hebben het eerste recht. Er worden vanuit Acqualagna overigens ook truffelexcursies georganiseerd. Het is een echte sluip-door-kruip-door-expeditie voor doordouwers en fijnproevers, maar wie liever schone handen houd, kan in het dorp terecht. De truffel staat overal op de kaart en is uiteraard ook als tapenade, paté, pasta en olie mee te nemen voor thuis.

Ascoli Piceno

Het beroemde plein in Ascoli Piceno

Het beroemde plein in Ascoli Piceno

Bij de Italiaanse taalles wordt deze stad graag aangehaald omdat ‘ie zo lekker allitereert. Maar het is vooral een stad voor een geschiedenisles. In Ascoli Piceno ga je namelijk bijna letterlijk terug in de tijd. De Piceni waren voor onze jaartelling, zoals gezegd, onderworpen aan de Romeinen en het Asculum Picenum is daarvan nog het feitelijke bewijs. In het Palazzo dei Capitani del Popolo vinden we de herinnering aan de Pauselijke Staat. Het zal niet onopgemerkt blijven, want alle wegen uit de stad leiden zo’n beetje naar het gelijknamige plein aan de voet van dit paleis. Dit is dan ook het kloppend hart van Ascoli. In het noorden van de stad, aan de oevers van de Tronto bent u weer even terug in de middeleeuwen, met de San Pietro Martire als belangrijkste toeristentrekker. Voor meer historie van De Marken en Ascoli Piceno in het bijzonder, verwijzen wij u graag naar het Museo Archeologico.

Verdicchio

Colonnara - Anfora (High Quality)

Verdicchio

De Marken telt twaalf DOC’s, waarvan DOC Verdicchio met 200.000 hectoliter wijn per jaar veruit de grootste is. We hebben hier dan ook te maken met een beroemde witte wijn en niet alleen om de typische groene amfora-vormige fles waarin de wijn vaak gebotteld wordt. De wijnen zijn elegant fris, met veel zuur en citroen. De afdronk daarentegen is licht bitter en amandelachtig. Kunnen ze ook iets met rood? Jazeker! De beste rode wijnen uit de regio worden gemaakt van de blauwe montepulciano-druif en een van de belangrijkste DOC’s in De Marken voor rode wijn is Rosso Conero, ten zuiden van de stad Ancona.

San Marino

U heeft het niet van ons, maar in schilderachtige badplaatsjes als Portonuovo, Sirolo en Numana vermaken vooral Italianen zich. Buitenlandse toeristen vind je er veel minder en dat kan dus een goede reden zijn om juist wel te gaan. Voor de oudste republiek van Europa, San Marino, geldt eigenlijk het tegendeel. Deze zelfstandige staat heeft zijn eigen munt, postzegels, voetbalelftal en racecircuit (Imola) en heel veel taxfreeshops. Daar struikel je tijdens de zomermaanden dus over de toeristen.

San Marino

San Marino

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd Required fields are marked *

*