Het jachtige leven in Italie

Over de jacht in Italië is menig artikel geschreven. Dat wil zeggen: de populaire huizenjacht. De echte jacht, als in jagers met geweren, krijgt zelden aandacht. Dat heeft in Nederland te maken met een hoog ‘ach-gossie-wat-zielig-gehalte’, terwijl de jacht in Italië toch echt een belangrijk onderdeel vormt van de cultuur. De cijfers bevestigen dat: maar liefst 800.000 Italianen hebben een vergunning. En waarom? Waarschijnlijk vanwege het hoge lekker-gehalte.

Van alle landen in Europa heeft Italië extreem veel jagers. Dat heeft te maken met de enorme diversiteit in faunabeheer, de vele natuurgebieden en de geschiedenis. In tijden van grote armoede namelijk vonden veel voorouders in de jacht hun rantsoen. Ook de adel liet zich niet onbetuigd in de Italiaanse bossen en bergen, alleen was de jacht voor hen de ultieme manier om zich met vrienden te onderhouden.

De jachthond, Il Segugio, volgt trouw de jager
De jachthond, Il Segugio, volgt trouw de jager

Nog altijd is de jacht voor Italianen ook een belangrijk sociaal gebeuren. Herfst en winter vormen bij uitstek de seizoenen om, gestoken in laarzen en getooid met veerhoed, het wilde leven te verkennen. Hazen, zwijnen, fazanten, herten, vossen; ze zijn op hun hoede, met name in Toscane, Umbrië, Piemonte en op Sardinië.

logo jacht federatie 2Examen

De jacht is ook in Italië exclusief voorbehouden aan jagers. Dat klinkt als vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Om een vergunning te krijgen namelijk moet in dit land een zwaar examen worden afgelegd. Niet alleen het gebruik van de diverse wapens wordt getoetst, ook de kennis van de fauna en de vaardigheden voor Eerste Hulp. Wie het papiertje eenmaal te pakken heeft, kan zijn gang gaan, maar ook daarvoor gelden restricties. Zo mag er het eerste jaar uitsluitend worden gejaagd onder toezicht en uiteraard alleen tijdens het seizoen: vanaf de eerste zondag in september tot eind februari. De vogeljagers krijgen een maand extra. Daarnaast worden de diverse jachtterreinen per regio gemarkeerd.

Aan banden

Met name in Toscane willen toeristen in het naseizoen nog wel eens opschrikken van de knallen bij dageraad. Het zijn de vroege vogels onder het jagersvolk die de hele zomer hebben afgeteld om met hun opgepoetste Beretta of Perazzi de wildstand wat omlaag te brengen. Het geknal klinkt opvallend dichtbij door de weerkaatsing van het heuvelland, maar ook omdat jagers in Italië op privé terreinen mogen schieten zolang ze op 50 meter van een weg en 150 meter van een huis blijven.

Hoofdfoto misschien

Die veiligheidszone is dan ook ieder jaar een onderwerp van politieke discussie bij de start van het seizoen. De tegenstanders van de jacht hebben daarbij een wezenlijk punt: ieder jaar vallen er in Italië tientallen doden door ‘verdwaalde’ kogels. Niet onder het wild, maar onder de mensen! Soms treffen de jagers elkaar, maar niet zelden worden ook onschuldige wandelaars en paddenstoelenplukkers geraakt. Pogingen om de jacht lokaal of regionaal meer aan banden te leggen, sneuvelen veelal onder druk van de sterke wapenlobby. Duizenden Italianen verdienen namelijk hun brood in deze industrie.

Jacht op vogels

In tegenstelling tot de Nederlandse jacht hebben jagers in Italië, naast het klein- en grootwild, nog een derde doelwit: de vogel. Terwijl hier een doodgeschoten ‘dominomus’ tot Kamervragen leidt en een kok in Cothen wordt bedreigd om de spreeuwen op zijn menukaart, schieten de Italianen hier en daar nog flink van zich af. Dat gebeurt meestal vanuit geblindeerde vogelhutten of met netten.

Polenta e osei is tegenwoordig zoet
Polenta e osei is tegenwoordig zoet

Met name in Noord-Italië zijn ze dol op een paar vogeltjes van het spit, al is de herkomst is niet altijd even zuiver. De jacht op gevogelte kent in Italië strenge richtlijnen, maar die verschillen per regio. Een groot deel van de leeuweriken, lijsters, kwikstaarten en kwartels, die worden geleverd aan restaurants en slagers, komt dan ook uit Oost-Europa.

In een stad als Brescia is het eten van zang- en trekvogels nog steeds populair. Lo Spiedo Bresciano (Brescia-spies) is bijvoorbeeld een gerecht dat al eeuwen wordt gegeten. Het eten van de geroosterde vogeltjes kwam ooit voort uit armoede, omdat men geen ander vlees kon betalen of omdat er van de landeigenaren geen groter wild geschoten mocht worden.

Ook in Bergamo staat een lokale vogelspecialiteit op de kaart: Polenta e Osei (Polenta met wilde vogels). Oorspronkelijk werden de vogels bovenop de polenta gelegd, maar wie er vandaag naar vraagt, zal overal nee te horen krijgen of een zoet alternatief aangeboden krijgen. Polenta e Osei is nu namelijk ook bekend als een smakelijk cakeje dat het oude gerecht juist simuleert. De met gele suiker bestrooide cake stelt de gele polenta voor en in het midden zitten een of meerdere vogeltjes van marsepein.

De jacht is een strenge regels gebonden
De jacht is een strenge regels gebonden

Wijnwild

Dat de jacht op wild ook zijn nut kan hebben, weten ze in de bekende wijngebieden. In de Chianti bijvoorbeeld hebben boeren veel last van zwijnen, herten en reeën die dol zijn op druiven of wijnstokken beschadigen. In dit soort specifieke gevallen gelden aparte richtlijnen. Jagers kunnen een speciale vergunning aanvragen voor het wildbeheer in deze regio. Datzelfde geldt voor jachtexcursies, die net als truffeljachten, erg populair zijn in Italië. De overheid staat dit toe, maar de jager in kwestie wordt streng gecontroleerd. Geen trofeeën dus of competitie, maar uitsluitend jagen op wild dat geconsumeerd wordt. En ook de jachthond kent zijn plaats bij dit soort taferelen: een strenge training is zijn lot. En af! Braaf!

Jong geleerd…

Jong geleerd…

In jachtbolwerk Brescia begonnen een paar jaar geleden een aantal basisscholen met lessen over de jacht. Jagers namen de kinderen mee op pad en leerde ze de beginselen van het schieten van gevogelte. Dit leidde tot landelijke consternatie toen milieuactivisten de zaak op de politieke agenda zetten. De lokale politiek stelde zich op het standpunt dat de lessen gewoon een vorm van ‘milieu-educatie’ waren die paste bij de lokale tradities.

Beretta

Eén van de oudste wapenbedrijven van Europa is Beretta, met Bartolomeo Beretta als grondlegger in de 15de eeuw. Hoewel het bedrijf nog altijd groot aanzien geniet in de jacht (686 Silver Pig), heeft het zijn sporen verdiend met de levering van wapens aan militairen. Napoleon was een grote klant, maar ook het Amerikaanse leger. En wat te denken van de vele filmrollen voor Beretta; Dr. No (James Bond), Die Hard en Lethal Weapon.

Armi Perazzi

Perazzi, de Ferarri onder de jachtgeweren, worden met de hand gemaakt

Daniele Perazzi was nog geen 17 jaar toen hij patent kreeg voor zijn eerste wapenontwerp. In die jaren werkte hij voor een grote fabriek, maar acht jaar na dato besluit Daniele zijn ambities om te zetten in een eigen bedrijf: Armi Perazzi. Het is nog altijd een familiebedrijf met een exclusieve kwaliteit wapens voor de sport en jacht. Zo geldt Perazzi als wereldleider op het gebied van de kleiduiven.

Franchi

Veel Italiaanse wapens komen uit Brescia en omgeving. Zo ook Franchi. De geschiedenis gaat terug tot 1868, maar nog altijd weet dit bedrijf nieuwe technieken toe te passen en bestaande klassiekers te perfectioneren. Het dubbelloops jachtgeweer van Franchi is bij uitstek geschikt voor het wild in eigen land.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd Required fields are marked *

*