Een Italiaanse ijsmaker in Zeist, al 80 jaar!

De eerste Italiaanse immigranten in Nederland waren vooral bankiers uit Lombardije. In 1287 werd voor het eerst melding gemaakt van een Lombardische bankier in Delft. In de eerste helft van de 20e eeuw kwamen schoorsteenvegers (uit Piemonte), terrazzowerkers (uit Friuli), beeldenmakers (uit Toscane) en natuurlijk de ijsbereiders (uit Belluno, Noord-Italië) naar ons land.  Een daarvan belande in 1933 in Zeist. Zijn zoon zet de zaak anno 2013 nog steeds voort.

Op de website www.geheugenvanzeist.nl vonden we het boeiende verhaal van de familie Zaetta, we delen het graag met u.
(tekst en beeld: ‘Geheugen van Zeist, 2013’ )

Het verhaal van een Italiaanse ijsmaker in Zeist

Pietro Zaetta

Pietro Zaetta

Naam: Pietro Gildo Zaetta
Geboren: 3 juni 1949, Utrecht.
Getrouwd met:  Ilia (Italiaanse), en vader van twee volwassen kinderen: Pier Luigi en Roberto.

Begonnen in een schuurtje

Vader Pietro Zaetta kwam in 1933 (NB de crisistijd!) als 26-jarige ijsmaker naar Zeist. Hij vestigde zich op het terrein aan de Utrechtseweg waar nu de Triodos bank staat. Toen stond daar een rooms kerkje, met een tramhalte en het schuurtje van de familie Dorrestein. Dat huurde hij.

In 1936 kwam er een ijskioskje Dolomiti (genoemd naar zijn geboortestreek in Italië) waar ook moeder Lina aan de slag ging. Aan het begin van de oorlog, 1941, verhuisde Pietro naar de Hogeweg, waar sinds die tijd de legendarische ijssalon Venezia is gevestigd. ‘Venezia’ vond Zaetta een mooie en ‘lekkere, volle’ naam. Na 80 jaar is Zeist zonder Venezia nauwelijks nog voor te stellen.

Het kleine kioskje waar het mee begon

Het kleine kioskje in 1934 waar het mee begon

Het succes begon met een ramp

“Mijn vader is uit noodzaak van Italië naar Nederland vertrokken. Het succes van nu is begonnen met een ramp. Opa Zaetta was namelijk directeur van een kleine bierfabriek en de fabriek ging failliet. Vader ging naar Zwitserland en werkte daar in de bouw. Hij pakte alles aan om maar iets te kunnen verdienen.

In de winter van 31/32 was hij weer terug in Italië. Hij ontmoette toen Pietro Talamini, die als één van de eersten Italianen in Nederland (Deventer) een ijssalon was begonnen. In de zomer van 1932 werkte mijn vader in de ijssalon van Talamini. Daar heeft hij het vak ‘Italiaans IJsmeester’ geleerd. Hij was toen al getrouwd met moeder Lina en samen hadden ze al een dochtertje. Teresa is nu 83 en woont in De Amandelhof, mijn andere zus, Mirella, is 71 en ik ben 64”.

De kleine Pietro

De kleine Pietro

Offers

“In 1933 begon mijn vader voor zichzelf in Zeist. Waar nu de Triodos bank staat, had je vroeger een rooms katholiek kerkje, waar ik nog naar de mis ben geweest. Later is die kerk gebruikt als garage en heeft er ook nog een aardappelhandel in gezeten. Achter dat kerkje was een schuurtje van de familie Dorrestein. Daar in dat schuurtje woonde mijn vader en begon hij, in zijn eentje, met zijn salon.

Ik denk dat hij het in die tijd om allerlei redenen erg moeilijk heeft gehad. In die jaren was de politieke situatie in Italië erg onrustig. Mussolini had de macht en predikte het fascisme. Mijn vader werd opgeroepen om als militair naar Afrika te gaan. Daar wilde hij niet aan meewerken. Hij deserteerde. Dat deed hij bewust, daar had hij principiële redenen voor. Hij kon dus niet terug naar Italië want dan zou hij direct opgepakt en gevangen genomen worden.

Pas na drie jaar, in 1936, is mijn moeder, met mijn oudste zus, naar Zeist gekomen. Toen kwam ook dat kioskje waarin zij ijs is gaan verkopen. Je begrijpt dat mijn ouders privé heel veel hebben opgeofferd om in Zeist te slagen. Ze lieten hun buren, vrienden, familie achter! Voor een Italiaan is de band met familie en vrienden een warm bad.’

Pionier van Italiaans ijs in Zeist, ‘Een maanbewoner!’

‘Het was bovendien een uiterst onzeker avontuur. Hij had weliswaar iets nieuws te brengen. Hij was de man, de pionier, die in Zeist het Italiaanse ijs lanceerde! Maar de Zeistenaren waren achterdochtig, ze vonden het vreemd en het heeft lang geduurd voordat mijn vader een beetje vertrouwen kreeg. Maar mijn papa was een vechtjas en had een groot doorzettingsvermogen. Vergis je niet in het feit dat hij een buitenlander was. Er waren in die tijd hooguit een paar Spanjaarden en een handjevol Italianen, maar die werkten in fabrieken. Zeist bestond voor bijna 100% uit Nederlanders.

In 1932 was Italië verder weg dan tegenwoordig. Nu vlieg je binnen drie uur naar Milaan. Toen kostte het zeker een paar dagen. Mijn vader werd dus gezien als een maanbewoner, een buitenaards wezen!’

‘Gaat het zo mee, meneer? Of zal ik het in de krant zetten?’

Voor de IJssalon op de Hogeweg waar nog steeds heerlijk Italiaans ijs owrdt verkocht

Voor de IJssalon op de Hogeweg in 1952. Heden ten dage wordt hier nog steeds heerlijk Italiaans ijs verkocht

“Toch werd hij gaandeweg geaccepteerd! Daar heeft hij hard voor gewerkt. Hij bracht echt iets nieuws en iets goeds in Zeist. Niet alleen het unieke ijs, maar hij was zelf ook een bijzondere persoonlijkheid. Er sprong een vonkje over tussen hem en de klanten. Alle begin is moeilijk en zeker als je de taal niet spreekt. Met handen en voeten moest hij de mensen overtuigen dat Italiaans ijs het lekkerste ijs op aarde is.

De Nederlandse taal pikte hij op door elke dag met mensen in gesprek te gaan. Hij had geen boeken, geen lerares, maar hij keek de mensen in de ogen en lachte. Dat is ook communicatie.

Het ging wel eens mis met zijn Nederlands. Er kwamen klanten uit de wijde omgeving en die wilden het ijs meenemen. Dus om het smelten een beetje tegen te gaan, wikkelden we het eerst in ons eigen papier en, bij wijze van isolatie, in een krant. Zo vroeg mijn vader eens aan een man: ‘Gaat het zo mee, meneer? Of zal ik het in de krant zetten?’ Die man reageerde ontzettend sportief. Hij verbeterde mijn vader niet op een neerbuigende manier, lachte hem ook niet uit, maar maakte een grapje. ’Nou,’ zei hij, ‘geeft u er verder maar geen ruchtbaarheid aan!’

Mijn moeder zorgde dat jouw bord vol was en kookte extra lekkere dingen

‘In 1941 liep hij toevallig over het Emmaplein en sloeg de Hogeweg op. Toen zag mijn vader dat dit pand te huur was. Quick and Good, de stomerij had er in gezeten, maar die was verhuisd. Dus zag hij zijn kans schoon om het schuurtje van Dorrestein te verruilen voor een echte salon in het centrum. Hij was er direct op zijn plaats.

Mijn vader zat altijd aan een tafeltje met klanten te discussiëren, te luisteren of zomaar gezellig te kletsen. Sociaal vaardig, hij bracht Italiaanse warmte en zette een bakje koffie. Dat zat in zijn bloed. In Zeist kende men die cultuur nog niet. Mijn vader kwam door zijn hele doen en laten goed over. Aan de andere kant kon hij soms ook heel nerveus zijn. Samen met mijn moeder heeft hij van Venezia een succes van gemaakt.

Mijn moeder was een ander type. Zij vulde mijn vader aan. Vader zat te praten met de klanten. Mijn moeder was een Italiaanse mama. Als je hier kwam eten, zorgde zij dat je bord vol was, ze ging altijd extra lekkere dingen koken, maar ze kwam nooit bij jou aan tafel. Zij was dienstbaar. Dat straalde zij ook uit in de winkel en naar de klanten.”

In Italië is een jongen ietsjes meer waard dan een meisje

Zaetta maakt ijs in 1954

Zaetta maakt ijs in 1954

‘In een goed conservatief Italiaans gezin is de jongen ietsjes meer waard dan het meisje. Als er één in de voetsporen van vader moest treden, was ik het. Officieel is die vraag nooit gesteld… Het sprak vanzelf dat ik het zou overnemen. Sterker nog, ik moest ermee doorgaan! Het levenswerk van mijn vader mocht, na zijn dood, niet ophouden.

Zijn geest woont nog steeds in Venezia. Hooguit als ik het pertinent niet gewild zou hebben, had ik misschien kunnen weigeren maar het kwam bij niet op. Ik wilde graag, maar ik wilde het ook anders… Dat leverde wel een paar botsingen en stevige discussies op. Mijn vader vond dat hij de ‘baas’ was, dat hij het voor het zeggen had. Hij was erg conservatief in die dingen. Ik moest doen wat hij zei… Dat is nu wel anders. Misschien dat mijn zoon de zaak straks overneemt en zal hij ook dingen anders willen maar voorlopig vind ik dit leven nog veel te mooi om te stoppen.’

Mooiste ervaring: reclame

‘Mijn vader maakte geen reclame. Mond tot mond reclame. Dat was het geheim. In de jaren 60 heeft hij zich één keer, door De Zeister Courant, laten overhalen en een advertentie geplaatst. Dat deed hij om te laten weten dat het nieuwe seizoen op 5 april zou beginnen. Maar uitgerekend op die dag ging er een compressor stuk… De koeltechnicus kon niet komen. Dus hij kon die dag niet eens open! Een fiasco. Hij had toch al een hekel aan advertenties. Eens maar nooit weer. Hij geloofde ook niet in adverteren. De klanten moeten het zelf lekker vinden. En zij moeten het doorvertellen… niet ik. En papa had weer gelijk!’

Een klassieke IJscokar siert de straat voor Venezia in Zeist

Een klassieke IJscokar siert de straat voor Venezia in Zeist

De winkel is mijn voorkamer

‘Wist je dat ik heel vaak ’s nachts in de winkel zit te eten of te drinken. Soms in mijn pyjama… Ik heb honger. Broodje kaas, broodje ham, een ijsje met slagroom en advocaat… en daardoor ben ik ook iets te zwaar. De winkel noem ik mijn voorkamer. Want ik voel me er helemaal thuis, de geur, de sfeer, de foto’s. Hier leeft de historie. Mijn vader heeft het opgebouwd, hier staan zijn voetstappen, maar is toch iets te jong gestorven (na een zwaar ziekbed, dat was heftig).

Mijn moeder is mooi oud geworden. Ze wist niet goed waar ze wilde sterven. Italië of Zeist. Ze is naar de Looborch gegaan. Mijn zussen stonden ‘hier’ achter de toonbank. Daar kwamen veel mannen op af… Dus deze winkel, de zaak is ook mijn huiskamer. ’s Ochtends vroeg kun je mij hier vinden met vrienden, die even een kopje koffie komen drinken. Verhalen vertellen over religie, familie, voetbal en ijs. Daar houd ik van.

Zeven maanden lang zijn wij zeven dagen per week open. Je bent een ondernemer. Ik kan niet één dag per week gesloten zijn. De klanten moeten weten dat zij van april tot en met oktober elke dag welkom zijn. Wij zijn gastheer. Ik zeg wel eens tegen mijn zoon: ‘Jongen, wij moeten zeven maanden achter elkaar werken, maar dan gaan we vijf maanden naar Italië. En dan kun je verre reizen maken, feesten en doen wat je wil!’

Een eretitel: een Zeisterse Italiaan

Ik heb het mooiste beroep van Zeist. En Zeist heeft zeer veel voor mij en mijn familie betekend. Ik noem mezelf een Italiaanse Zeistenaar, maar als ik in Italië ben, noemen ze mij Zeisterse Italiaan… En daar ben ik trots op. Het is een eretitel.’

Meer Italiaanse ijssalons

Alle artikelen over Italiaans ijs op onze site.

De Volkskrant plaatste ooit dit interview met Talamini Enschede.

Bekijk hier de documentaire IJszusters,over de ijsfamilie Lucchesie uit Eindhoven.

Get Adobe Flash

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd Required fields are marked *

*