De Italiaanse voetbaldroom

Heeft u de oranje vlaggen al klaar of juicht u diep van binnen (ook) voor de Azzurri? Als Nederland tegen Italië voetbalt is het op de redactie van Il Giornale oorlog, maar dan van binnen. Het is de internationale gewetensstrijd tussen rood-wit-blauw en groen-wit-rood, die u, als Italië-liefhebber, ongetwijfeld bekend voorkomt. Alles goed en wel met die Europese eenheid, maar zo nu en dan moeten we even de grenzen optrekken. Ook al is het maar een spelletje.

Ons dubbele hart klopt voor beide landen. In deze besluiteloze tussentijd leek het ons interessant de voetballiefde tussen Nederland en Italië te verklaren. Immers, het Italiaanse clubvoetbal wordt door Nederlandse fans nog steeds gewaardeerd en door spelers bovendien geambieerd. Wie droomt er niet van: voetballen in Milaan?

Faas Wilkes
Faas Wilkes

Il Tulipano
Veel Nederlandse spelers vertrokken de laatste tijd uit Italië om verschillende redenen. Voor een aantal kwam de Italiaanse voetbaldroom echt uit. Voor een enkeling (Stekelenburg) moet de droom nog beginnen. Tientallen landgenoten gingen ze inmiddels voor, waarbij het trio Gullit, Van Basten en Rijkaard uiteraard nog altijd de meeste indruk maakte.

Toch moeten we voor de Nederlandse primeur 63 jaar terug in de tijd: Faas Wilkes tekende in 1949 een contract bij Inter Milaan. Hij verdiende daarmee 60.000 gulden per jaar en markeerde de eerste grote transfer van een Nederlandse speler, tot woede van de KNVB overigens. De bond weigerde hem dan ook een plek te geven in het Nederlands elftal.

Wilkes, door vele media beschreven als de tweebenige dribbelkoning, werd een sterspeler bij Inter en kreeg er de bijnaam ‘Il Tulipano’, maar werd drie jaar na dato weggekocht door Torino. Uiteindelijk beleefde de Rotterdammer het hoogtepunt van zijn carrière in een ander land: Spanje. Hij maakte Valencia kampioen in 1954.



De drie van Milaan
De Nederlandse lijst met Italiaanse transfers telt inmiddels flink wat pagina’s. Spelers als Ruud Krol (SSC Napoli) John van ’t Schip (Genoa CFC), Edgar Davids (Juventus en Internazionale) en Wim Kieft (Pisa Calcio) maken slechts een kleine greep. Ze staan bovendien in de schaduw bij het genoemde gouden trio van Milaan. En ook dit hoofdstuk in de Nederlandse voetbalgeschiedenis wordt door de voetbalbond in Zeist met gemengde gevoelens herinnerd.

Gullit en Van Basten nemen in 1990 de wereldbeker mee naar huis
Gullit en Van Basten nemen in 1990 de wereldbeker mee naar huis

Berlusconi
Het was op 19 november 1986 toen journalist Sergio di Cesare van La Gazzetta dello Sport Silvio Berlusconi tegen het lijf liep in het Amsterdamse Amstel Hotel. De bekende zakenman wilde het noodlijdende AC Milan weer aan de top brengen en was niet zomaar met een bestuursdelegatie in Nederland, ontdekte de sportjournalist.

Na het zien van de wedstrijd Nederland – Polen werden Ruud Gullit en Marco van Basten door Berlusconi en consorten in alle geheim ontboden in het chique hotel. Ook spelersmakelaar Appolonius Konijnenburg zat daarbij aan tafel en klapte – net als technisch directeur Ariedo Braida van Milan – vele jaren later uit de school. Zo zou Gullit niet de voorkeur hebben gehad van Berlusconi en was Ian Rush eigenlijk de eerste keus van AC Milan, boven Marco van Basten.

Maanden van zwijgen, ontkennen en slinkse onderhandelingen volgen, want voor Gullit moet flink betaald worden aan PSV en Van Basten is nog verbonden aan Ajax. Uiteindelijk mag Gullit na het landskampioenschap met PSV vertrekken voor het record bedrag van 17 miljoen gulden en Van Basten volgt niet veel later.

Het Nederlandse duo wordt groots gepresenteerd en ook door de tifosi in Milaan direct omarmd. Het fenomeen ‘stervoetballer’ is geboren. Gullit heet voortaan de ‘zwarte tulp’ en Van Basten de ‘dansende kat’, maar hoewel de supporters hopen dat de Nederlandse inbreng voor gouden bergen zorgt, gaat dat minder makkelijk dan gedacht.

De resultaten blijven in het begin achter bij de verwachtingen, maar het gaat beter bij de aanstelling van trainer Arrigo Sacchi. Voor Ruud Gullit wordt het trainingsschema een beetje aangepast en hij mag van rechtsbuiten meer naar het centrum komen. Het blijken vruchtbare aanpassingen.

Rijkaard komt
Tijdens het EK Voetbal in 1988 speelt Nederland een absolute hoofdrol. Het kampioenschap wordt gewonnen en niet in de minste plaats door het Milanese duo. AC Milan-coach Sacchi laat er zijn oog vallen op een derde Oranje-speler: Franklin Edmundo Rijkaard. Deze heeft zichzelf in eigen land in een lastig parket gemanoeuvreerd met een dubbel contract. Het komt tot een rechtszaak en even lijkt het erop dat de Ajax-middenvelder naar Lissabon vertrekt, maar daar wordt het gras voor zijn voeten weggemaaid. Sacchi haalt hem naar AC Milan, waar het Oranje trio een gouden trio blijkt. Op de valreep krijgen de rampzalige jaren 80 voor AC Milan namelijk nog een mooie kroon met de landstitel en de Europa Cup 1.

Juicht u voor Italië of Nederland
Juicht u voor Italië of Nederland?

Ruud Gullit wint in de jaren die volgen vele prijzen met zijn club, maar ook als speler. Hij blijft acht jaar in Italië, waarvan hij drie jaar voor Sampdoria uitkomt. Marco van Basten mag ook niet klagen over zijn prijzenkast, maar worstelt tussen 1989 en 1995 steeds meer met blessures. Op 17 augustus 1995 neemt hij met enige spijt afscheid van de supporters. Frènk Rijkaard houdt het op zijn beurt na vijf seizoenen in Milaan voor gezien. Hij wordt weer in de armen gesloten door Ajax en wint in 1995 zelfs de Champions League met de Amsterdammers. Nota bene van AC Milan.

Anno 2013 laten Gullit, Van Basten en Rijkaard zich nog geregeld zien in Milaan en worden de drie Olandesi in het stadion en de stad nog altijd met liefde herinnerd, gekiekt en geknuffeld.

Lees ook: Wim Kieft over zijn jaren in Italië

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd Required fields are marked *

*