NOS-correspondent Andrea Vreede. Una vita in Italia…

Ze bracht het laatste nieuws over de aardbeving en de crisis, de witte rook en Berlusconi. Maar op haar naam staan ook‘culturele’ knipoogjes in zomercolumns; over Moka-potjes, Panini-plaatjes en droomauto’s. Andrea Vreede, Italiëcorrespondent van het NOS Journaal. Deze zomer nam ze zwaaiend afscheid van de kijkers. Niet van Rome!

“Nee zeg, ik moet er niet aan denken! Rome – Italië in het algemeen – is in de afgelopen 18 jaar toch een soort tweede thuis geworden. Ik woon er heerlijk en ik denk dat ik vanuit Italië voorlopig prima kan werken. Het correspondentschap bij de NOS is gestopt en Rop Zoutberg heeft mijn plaats ingenomen. Voor mij was het lang genoeg geweest. Ik heb een geweldig afscheid gehad in Amsterdam met heel veel fijne collega’s en ex-collega’s, en ik heb met de hoofdredacteur afgesproken dat ik ook in de toekomst inzetbaar blijf als extern deskundige. Voor het moment dat de paus ziek wordt, overlijdt en er een nieuw conclaaf komt.

Dat zwaaien klinkt trouwens wel erg sentimenteel, haha. Mijn laatste zomercolumn ging over de gebarentaal in Italië. Zij spreken veel met hun handen, zoals je weet. En het leek me toepasselijk om op typisch Italiaanse manier al zwaaiend afscheid te nemen van de Journaalkijkers.”

 Je hebt in de afgelopen jaren, alles bij elkaar opgeteld, vele uren radio en televisie gemaakt voor de NOS, vaak over groot nieuws. Ben je niet bang dat Andrea Vreede de geschiedenisboeken ingaat met dat incident bij de Etruskenexpositie in Amsterdam?.

“Ach, Andrea Vreede hoeft helemaal niet in een geschiedenisboek. Maar als mensen zich mij om mijn reportages herinneren, dan vind ik dat natuurlijk erg fijn. Maar die toespraak heeft vorig jaar inderdaad flink wat stof doen opwaaien.

Even kort samengevat: ik was gevraagd een verhaaltje te houden bij de opening van de tentoonstelling ’Mannen met Macht’ in het Allard Pierson Museum. Het liefst in het licht van het moderne Italië, dus de organisatie had mij gevraagd of ik daarbij een filmpje met bloopers van Berlusconi wilde laten zien. Nou, dat leek mij wat ongepast, ook omdat de ambassadeur van Italië, Franco Giordano, en zijn gevolg in de zaal zaten. Bovendien ging er dan twee minuten van mijn spreektijd af. Dat vond ik jammer.

Geen filmpje dus, maar ik maakte wel een kwinkslag naar Silvio Berlusconi en Bunga Bunga-party’s. En dat viel erg verkeerd bij de ambassadeur, terwijl hij geen idee had van de nuance in mijn tekst. Maar goed: boem, vlam in de pan. Giordano stond op en stampte woedend de zaal uit. De burgemeester heeft nog geprobeerd om de boel te sussen, maar het leed was toen al geschied.”

Toen wij ambassadeur Giordano begin dit jaar spraken bij zijn afscheid, wilde hij er niet veel woorden meer aan vuil maken. Ik heb het idee dat hij nog steeds op excuses wacht.

“Nou, dan heb ik nieuws voor je, want de kwestie kreeg nog een flinke staart. Zo heeft Giordano de zaak opgenomen met minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken en een brief gestuurd naar de directeur van de NOS, waarin hij mijn ontslag eiste. Dat is in Italië overigens niet ongebruikelijk wanneer een journalist zich erg kritisch uitlaat. Bij de NOS wisten ze dat ik op persoonlijke titel had gesproken en dat er zoiets moois bestaat als vrijheid van meningsuiting, etcetera. Kortom: netjes een brief terug in het Engels. Basta.

Acqua Passata

Wat wil nou het toeval? Afgelopen juli was ik met een groep buitenlandse collega’s in Turijn, waar tijdens het diner met de burgemeester, ineens een man aan onze tafel kwam staan; zongebruind, goed in pak.

Hij vraagt: ‘Weet u wie ik ben?’ Hij kwam me wel bekend voor, maar ik had natuurlijk nooit kunnen denken dat ik die Franco Giordano nog wel eens zou tegengekomen, helemaal niet in Turijn. Daar stond ‘ie! Ik zei ‘Dat meent u niet, wat leuk om u hier te zien,’ en ik stak meteen mijn hand uit. Dat brak het ijs en vervolgens spraken we verder over Turijn en natuurlijk over het incident. ‘Ja, u heeft  mij toen wel voor het blok gezet, he?’, zei hij. Met andere woorden: ik moest wel. Dat is veelzeggend.

Uiteindelijk hebben we onze kaartjes uitgewisseld, stevig handen geschud en als ik nog eens in de buurt kwam van Piemonte, moest ik beslist langskomen. ‘Acqua Passata,’ zei hij en daarmee hebben we het allebei afgesloten. Mooi he?”

Andrea Vreede in gesprek met Il Giornale’s hoofdredacteur Marco Bosmans

Het Etruskisch relletje wordt aangehaald en afgerond tussen de antipasti en primo piatto in Ristorante Sogno. Niet in Rome, maar in Amsterdam! Vreede blaast in Nederland even uit, koelt af van de zevende hittegolf, haalt wat vriendenbanden aan en doet vooral wat niet moet. Het is voor even, want in Italie wordt straks de arbeid hervat. Even geen camera of microfoon, maar de pen.

“Ik heb een contract getekend voor een boek. Ik mag er niet veel over vertellen nog, maar volgend jaar met de Boekenweek moet het klaar zijn. Dat houdt me tot de kerst in ieder geval lekker bezig. Verder heb ik in de afgelopen jaren ook wel eens de aanbieding gehad om terug te komen naar Nederland en voor de klas te staan. Nee, bedankt. Ik vind het heerlijk om verhalen te vertellen en geef graag lezingen, ook voor kinderen en jongeren, maar dat vind ik echt anders. Daarnaast zijn heel veel media geïnteresseerd in Italië. Ik bedien ze graag.”

En dat voor een journalist die eigenlijk archeoloog is.

”Nou, ik denk dat ik de journalistiek inmiddels aardig onder de knie heb, al zeg ik het zelf. Maar dat had ik tien jaar geleden niet kunnen denken, inderdaad. En zonder die archeologie was ik waarschijnlijk ook niet in Rome terecht gekomen.”

Vertel.

“Mijn hoogleraar Archeologie in Groningen had een concessie verworven voor een opgraving in Rome en daar gingen we dus ieder jaar heen. Na een aantal jaren sprak ik een aardig woordje Italiaans en toen ik in 1988 was afgestudeerd, besloot ik het roer om te gooien. Met archeologie is nu eenmaal geen droog brood te verdienen. Ik begon in Utrecht een deeltijdstudie tolk/vertaler, terwijl ik voor Nederlandse culturele reisorganisaties reizen begeleidde in Italië.

Na het behalen van het staatsexamen heb ik toen mijn huurhuis in Groningen opgezegd en ben voor een jaar naar Rome vertrokken. Daar was het zo leuk dat ik niet meer weg wilde. Om brood op de plank te krijgen ben ik veel intensiever reizen gaan begeleiden. Zo heb ik meer dan vijf jaar met toeristen door het hele land getrokken, mensen en steden leren kennen. En dat allemaal vanuit mijn kamertje in Rome. Het was wel een klein rotkamertje, maar ja, het was wel Rome!”

Ik begreep van de NOS dat ze tien jaar geleden erg onder de indruk waren van jouw manier van verhalen vertellen. Ze zochten iemand met kennis van  zaken. Even een proef op de som: hoe kun je aan Nederlanders het succes van Berlusconi verklaren?

“Je kunt Berlusconi niet in 160 seconden televisie of 200 woorden column uitleggen. Om Berlusconi te begrijpen moet je beseffen dat Italië nog heel jong is, een heel gebrekkige democratische traditie heeft, die ook nog eens bevlekt is met twintig jaar fascistische dictatuur, dus het zijn wel mensen die gewend zijn achter een leider aan te lopen.

Rechten zijn in Italië gunsten, begrijp je? In ruil voor jouw stem krijg je dingen. Ik verwacht dat Berlusconi volgend jaar gewoon weer meedoet aan de verkiezingen en hij zal zeker weer stemmen krijgen. Geen vijftig procent, maar wel vijftien of twintig en dat komt dus voor een deel door de geschiedenis. Daarnaast spreekt hij niet het politieke jargon, hij zegt waar het op staat. Dat wordt wel gewaardeerd en is eigenlijk een beetje vergelijkbaar met Pim Fortuyn in Nederland. Daarnaast heeft Italië helaas weinig politiek talent in huis, dus er valt niet zoveel te kiezen.”

Dat is Berlusconi in 140 woorden; keurig!

“Ach, het wordt me wel vaker gevraagd, maar ook andersom, hoor. Italianen beschouwen Nederland ook als een soort paradijs met een liberale overheid, een enorme tolerantie en uitkeringen voor iedereen. We hebben een hoge mate van welvaart, laten we wel zijn. En dan wint ineens een politieke partij die tegen die tolerantie is. Nou, je begrijpt dat dat beeld niet past bij het cliché beeld dat Italianen van Nederland hebben.

En weet je wat ook vreemd is voor ze? Dat Italië zo enorm populair is in Nederland. Relatief gezien wordt er meer Italiaanse literatuur in het Nederlands vertaald dan in het Duits. Of het nou jonge schrijvers zijn of schrijvers die al jaren dood zijn, ze komen in Nederland gewoon weer uit. Maar kijk naar Italie Magazine, De Smaak van Italië, La Cucina Italiana en deze krant. Dat kan toch maar in het kleine Nederland. En die actie  voor de Parmigiano Reggiano van twee Nederlandse jongens. Ik vind dat zo geweldig!”

Je zou een goeie parlementariër zijn in Brussel, iemand die de partijen samen om de tafel krijgt.

”De Europese politiek kan inderdaad beter. Ik ben de eerste om te erkennen dat er ook veel mis is in Italië  maar er is zo af en toe wel een hetze gaande tegen de knoflooklanden. Brussel moet de burger eerlijk en volledig informeren. Dat is ook onze taak als journalisten.”

Daarover gesproken: de journalist Vreede heeft in Vaticaanstad een specialisme gevonden. Hoe komt dat? 

“Italie is eigenlijk anderhalf land; Italië en Vaticaanstad. Dat is wel een specialiteit geworden in de afgelopen jaren, inderdaad. Zo Middeleeuws aan de ene kant, zo ondemocratisch, maar ook typisch Rome en onlosmakelijk verbonden met de cultuur. Fascinerend vind ik dat. Toch staat het Vaticaan heel ver van de Nederlanders af, heb ik gemerkt. Net als het Christendom overigens. Maar ik ben blij dat ik het Vaticaan voor de NOS in de gaten mag blijven houden. Als de tijd van Benedictus voorbij is, zal ik  met Rop samenwerken.

Kijk, we zitten natuurlijk niet te wachten op het overlijden van de paus en het kan nog wel tien jaar duren, maar hij kan morgen ook uitglijden over z’n badmatje. Begrijp je? Dan staat het land op z’n kop, hoor! Als journalist wil je daar bij zijn, er bovenop zitten.”

De menselijke portretten zijn me het dierbaarst. Zoals op Lampedusa met de bootvluchtelingen

Het is een geruststellende gedachte: Andrea Vreede in 2014 toch weer in het breedbeelddecor van het Journaal, live vanaf het Sint Pietersplein. Zijn er tot slot reportages van Andrea Vreede die altijd in jouw eigen archief bewaard zullen blijven?

“Ik heb veel bewaard, maar wat me het meest dierbaar is zijn de menselijke portretten. Toen ik op Lampedusa was voor de bootvluchtelingen, bijvoorbeeld. Dat was mooi en belangrijk. Maar ook de concrete gevolgen van de huidige politiek. Inzoomen op die Italiaanse mevrouw die haar pensioen ziet verdwijnen. Haar lege handen. En wat ik verder heel mooi vond is dat tijdens een van mijn rondleidingen eens iemand riep ‘Ja, dat zit zo en zo, want de Italianen doen dit en dat…’ Dat had ze gewoon van mij, opgepikt uit een reportage die ik had gemaakt! Geweldig! Ja, dan denk ik ‘Verdorie, ik heb dus toch een bijdrage geleverd aan een stukje beeldvorming.’

Andrea is actief op Twitter waarop ze actuele Italiaanse nieuwtjes en wetenswaardigheden publiceert: @andreavreede
Andrea heeft ook haar eigen website www.andreavreede.com met leuke blog en informatie over haar specialisme.

 Lees ook ons interview met haar opvolger Rop Zoutberg.

Rop Zoutberg

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd Required fields are marked *

*