Crisi in Italia? Welke crisis?!

Met een staatsschuld van 1,8 biljoen euro, een dreigend IMF aan de voordeur en boze Europese partners bonzend op de achterdeur, kan Italië niet bepaald spreken van een rustige zomer. Het was ronduit heet voor de heren politici. Heet onder de voeten en heet aan de billen, want wie zijn economische gat verbrand, moet op de financiële blaren zitten. Of moet Europa die soep misschien wat minder heet eten?

Italië ligt onder vuur. Na de crisishulp aan Griekenland, zijn de Europese schijnwerpers nu gericht op de andere Zuid-Europese landen. Dat is te verklaren. Italië heeft jarenlang op grote voet geleefd. Problemen werden onder het kleed of vooruit geschoven en zeker in de tijden van de Lire werd geprofiteerd van de devaluatie. Met de Euro braken andere tijden aan. Italië moest verantwoording afleggen en beloofde Brussel herhaaldelijk beterschap, maar die belofte maakte letterlijk veel schuld. Op dit moment lijkt de economie stil te staan; er is geen groei, er verdwijnen banen en lonen blijven laag. Een maandsalaris van nog geen duizend euro is voor veel afgestudeerden realiteit. Met een stijgende rente op de staatslening ontkomen de Italianen dan ook niet aan hogere belastingen en een ingrijpend pakket met bezuiniging. 45 miljard euro moet er worden gehaald met een sluitende begroting in 2013 als doel. Toch lijkt het de Italiaan in de straat nauwelijks te deren.



Dubbele moraal
De crisis in Griekenland leidde de afgelopen maanden tot grote rellen, met name in de steden. De Grieken pikken het niet langer. Ze voelen zich beroofd en vechten voor hun baan en een mager loon. In Italië zagen we deze zomer een ander beeld; geen rellen, wel zorgen en enkele demonstraties bij bedrijven en de lokale overheid. Massaontslagen gaan namelijk ook hier gepaard met emoties en ook het samenvoegen van kleine dorpen ligt in Italië gevoelig. Maar Italië is ook het land van hoop, trots en creativiteit. Het land kent bijvoorbeeld een sterke ondergrondse (zwarte) economie, waarmee in feite iedereen hinder heeft van de bezuinigingen, maar ook profijt. Het is de dubbele nationale moraal van alle tijden, want de staatsschuld is in wezen in handen van de Italiaanse burgers en banken zelf. Vertrouwen is er in de zonnestralen tussen de donkere wolken, want de banken zien betere tijden. Zo zijn er relatief lage consumptieve schulden in de vorm van kredieten en hypotheken, en de
verwachting is dat de economie dit jaar met een procent groeit. Ook minister Guido Tremonti van Financiën heeft de burgers herstel beloofd. Hij wil de overheidsbegroting in 2013 in evenwicht hebben gebracht. Dit jaar zal het tekort nog 3,8 procent
van het bbp bedragen en voor volgend jaar wordt gemikt op een tekort van 1,5 tot 1,7 procent. Ter vergelijking: het Nederlandse begrotingstekort zal dit jaar naar verwachting uitkomen op 3,7 procent.

Berlusconi: economische fundamenten solide!
Hoewel Berlusconi en consorten in de afgelopen jaren dikwijls fel uithaalden naar Europa en de Europese partners, klinkt nu Italiaanse lof voor het buitenland. Het ‘merk’ Italië wordt steeds populairder en – in tegenstelling tot andere landen – trekt Italië steeds meer Europese vakantiegangers. Het is, volgens de minister van Financiën, een sterke economische impuls. Vooral de bekende kunststeden deden vorig jaar goede zaken en verder waren eten en drinken een belangrijk doel van de internationale
gasten. Guido Tremonti wil het toerisme in de komende jaren daarom laten uitgroeien tot 20% van het bruto binnenlands product. Ook op de huizenmarkt klinken positieve berichten. Experts van internationale banken zeggen dat investeren in onroerend goed de beste investering is op dit moment. “Het aanbod is groot en in bepaalde gebieden hebben prijscorrecties voor een realistischer prijsniveau gezorgd,” zo zeggen de vastgoedspecialisten.



Conclusie
Met een staatsschuld van 119 procent en een relatief lage werkloosheid van 8 procent kunnen we niet anders concluderen dat de politiek de hand in eigen boezem moet steken. Italië heeft kansen laten liggen en had vanaf 1990 harder moeten bezuinigen. Maar er zijn ook andere feiten: Italië is dit jaar wederom de grootste wijnproducent ter wereld en niet, zoals ooit, in het segment van de bulkwijnen, maar juist op kwaliteitsniveau. De vraag stijgt. Het toerisme toont soortgelijke, hoopgevende statistieken. Steeds meer Europeanen komen naar de ‘laars’ en niet in de stroom van het massatoerisme, maar gericht op zoek naar een kwaliteitsvakantie. Ze zijn veelal ongevoelig voor discount en last-minute, maar juist benieuwd naar het gastronomisch erfgoed, de tradities en cultuur.
Positieve geluiden komen ook uit de modebranche. Het made-in-italy-label doet het goed over de grenzen en Milaan vaart daar wel bij. Hetzelfde geldt voor de auto-industrie in en rond Turijn. Zo wist Fiat onder leiding van topman Sergio Marchionne
van Chrysler, dat op sterven na dood was, weer een succesvol en winstgevend bedrijf te maken. Het is dan ook niet voor niets dat Marchionne wil dat de overheid zorgt voor een goed klimaat, zodat de productie in eigen land kan blijven.

Tot aan de lippen
Terug naar het gekopte perspectief boven dit artikel: Italiaanse crisis? Welke crisis? Italië is van oudsher gewend om juist in crisissituaties beter te presteren en toont dat ook nu weer. En als iemand weet dat in het verleden behaalde resultaten geen garantie zijn voor de toekomst, dan is dat de Italiaan. Het is een beetje jammer dat het water vaak eerst tot de lippen moet stijgen, voordat de Italianen in actie komen. Maar wie Italië kent, weet dat het nooit anders is geweest en dat het waarschijnlijk nooit anders zal zijn. Ook dat is misschien wel een gevolg van die dubbele moraal: een beetje bij Europa, maar ook een beetje eigenzinnig. Geen paniek, bondgenoten: Italië zal – gelijk de Nederlandse mentaliteit – worstelen en weer boven
komen. Misschien is het daarom dat we zoveel van dat land houden.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd Required fields are marked *

*