Door: Rosanna del Negro
Mijn ouders zijn in Italië geboren en opgegroeid; mijn vader (op de foto hiernaast op kermis in Sittard na zijn vertrek uit Friuli begin jaren vijftig) in de Noord-Italiaanse grensregio Friuli Venezia Giulia. Mijn moeder in Sardinië. Als kind van Italiaanse ouders ben ik ook een kind van het verenigde Italië. Maar in een land dat pas sinds anderhalve eeuw een eenheid vormt, is het wel te verwachten dat de verschillen tussen de regio’s nog erg groot zijn.
Zeker als je bedenkt dat er tussen het meest zuidelijke puntje en de meest noordelijke bergketen een afstand van zo’n 1500 kilometer ligt. Zeg maar de route die je af zou moeten leggen als je van Utrecht naar Rome reist en je onderwijl langs het Vlaamse savoir-vivre, de Duitse Gründlichkeit en de Zwitserse Pünktlichkeit komt. Maar toch, wanneer ik op zoek ga naar de ‘regionale’ verschillen tussen mijn ouders, kan ik ze niet zo makkelijk opnoemen.
Wat maakt nou van mijn vader een typische Friulaan en van mijn moeder een rasechte Sardijnse? Waarschijnlijk kan ik hun eigenschappen moeilijk los zien van hun persoonlijkheden. Mijn moeder met het hart op de tong en mijn vader introverter met een, bijna, Nederlandse nuchterheid. Maar of dat zo typerend is voor de mensen uit hun regio, vraag ik me af. Als ik hen deze vraag stel, kom ik helaas niet veel verder. Mijn vader houdt het er op dat de Friulanen ‘de Sardijnen van het noorden zijn’. Hij doelt dan juist op het overeenkomstige koppige karakter van beiden. Iets dat, als je mijn ouders beter kent, alleen maar beaamd kan worden.
Friuli,de streek met de blauwe bergen.
Toen ik nog thuis woonde, gingen we om het jaar naar het geboortedorp van mijn vader en van mijn moeder. Friuli was in mijn beleving de streek met de blauwe bergen. ’Blue Friuli’s mountains’ noemde de Engelse dichter Byron ze. Ik weet nog dat in die bergen het onweer eindeloos door rolde na een warme zomerdag.

Zomers onweer nadert over de bergen in Friuli
Byron deed op zijn pelgrimstocht ook Sardinië aan maar beschreef het niet in zijn gedichtenbundel. Natuurlijk zijn er anderen geweest die dat wel gedaan hebben, zoals Alberto La Marmora in een wetenschappelijke studie uit 1826. Maar ik had het eiland van toen liever door dichtersogen gezien. Voor mij heeft Sardinië altijd in het teken van de zee gestaan; de, niet weg te denken, azuurblauwe achtergrond van het droge binnenland. Toch ben ik er achter gekomen dat