Rome voor de oudheid, Venetië voor de romantiek, Napels voor de pizza, Milaan voor de mode… Het gevaar bestaat dat we ons bij een Italiaanse stedentrip laten leiden door clichés. Daarmee doen we alle steden tekort. Neem Milaan. Het is na Rome de grootste stad van het land en misschien wel de stad met de meeste geheimen.
Voor veel toeristen bestaat Milaan uit de Duomo, de Galleria Vittorio Emanuele, de gevel van Teatro alla Scala en een paar (‘te dure’) modewinkels. Punt. Dat betekent welgeteld 700 meter wandelen en zes foto’s. Andere toeristen herinneren Milaan alleen van anderhalf uur voetbal in een groot stadion of zien slechts de ringweg rond de stad, omdat ze na de landing op één van de drie luchthavens linea recta richting de meren trekken. Het is in beide opzichten een gemiste kans. Milaan verdient meer dan een dag uw aandacht, want

















"Er zijn zulke verschillen in levensstijl, keukens, tradities en dialecten. En daarom vind ik het als kok zo'n verdomd interessant land. En weet je wat? Eigenlijk had ik gewoon zelf een Italiaan moeten zijn. Het is gewoon zo dat ik me Italiaans voel als ik in Italië ben".
Jamie Oliver in zijn boek Jamie's Italië.











































