Pakkenman Tillemans maakt mooie sier met stoffen uit Biella   

De Italiaanse man versus de Nederlandse man. Op modegebied een wereld van verschil, al lijken ze elkaar steeds meer te begrijpen. Het is aan Jorg Tillemans om een brug te slaan: van Biella naar Hoorn. Tillemans kleedt immers de Hollandse man op de Italiaanse leest en uw verslaggever – in bloemetjespolo en sneakers gestoken – neemt hem de maat.

Jorg Tillemans

De Nederlandse man ervaart een das als een strop en op een Hollandse bruiloft gaat alle aandacht naar de witte jurk. Er is in ons land geen beginnen aan, meneer Tillemans.

“Haha, dat valt wel mee, hoor. Ik zie ook steeds meer Nederlanders in een Italian style, trouwens. Bovendien: iedereen heeft recht op zijn eigen smaak en comfort, daar ga ik niets van zeggen. Maar als ze mijn advies vragen…”

Mag ik uw winkels beschouwen als de etalage van Biella?

“In zekere zin, met al die Italiaanse stoffen en stalen, maar ik geef er mijn eigen draai aan. Kijk, jij komt hier voor je colbert en maakt een keuze. Dan meet ik je op en dan stuur ik een mailtje naar Biella, dat ik 2,8 meter nodig heb van die bepaalde stof. Een paar dagen later krijg ik de rol en daar maken wij dan jouw jasje mee.”

Wat maakt die stoffen typisch Italiaans?

“Het zijn veelal dunnere stoffen die ik uit Italië krijg. We hebben ook Engelse stoffen, maar die zijn wat steviger. Dat heeft met het weven te maken. Italianen houden meer van een soepele valling. Die elegantie vinden ze mooier. Je ziet en voelt het verschil, want een soepele stof past beter bij het mediterrane klimaat. Daarnaast maken wij de jasjes ook op Italiaanse wijze. Je krijgt bij ons een ‘unconstructed’ jasje, zoals wij dat noemen. Daar zitten geen voering en schoudervullingen in, zodat het wat minder warm zit in Italië. Verder speelt het schaap een belangrijke rol. Bijna alle pakken worden gemaakt van de wol van het Merino schaap. Dat haar is veel dunner dan van een Nederlands schaap. Je krijgt dus een heel fijne wol. Neem je tweed, dan heb je te maken met schapen uit Engeland. Dat is wat dikker, omdat die schapen in wind en regen staan.”

Het merino schaap

Maar die Italiaanse schapen zijn eigenlijk Australische schapen. Waarom zitten al die weverijen dan in Biella?

“Biella is eigenlijk een natuurgebied, waar de weverijen zich vroeger hebben verzameld bij de rivier die uit de bergen komt. Ze hebben dat water nodig om te verven. Vroeger had het bedrijf dat op het hoogste punt zat het schoonste water en dus ook de duurste stof, maar tegenwoordig mogen ze dat water niet meer gebruiken.”

Hoe vaak gaat u even op en neer om stoffen te bestellen?

“Voorheen ging ik meerdere keren per jaar, maar dat lukt niet meer. Het is te druk en het is ook niet echt nodig. We hebben een uitstekende relatie en internet werkt daar ook. Bovendien kom ik veel liever in de stad. Napels en Milaan bijvoorbeeld, voor mijn inspiratie. Dat is zo gaaf. De straat vertelt mij wat ik volgend jaar kan verwachten. Moet ik daarvoor speciaal naar de fashionweek in Milaan? Nee, dat denk ik niet.”

En wat hebt u de laatste keer zoal gezien op straat?

“Ik heb de indruk dat de Italiaanse man weer wat klassieker wordt; jas, das en goede schoenen. Netter eigenlijk, na een soort Amerikaanse periode met van die vale joggingbroeken en gaten in je spijkerbroek. Daarnaast regeert heel erg de eigen wil. Mannen, ook vrouwen trouwens, doen waar ze zelf zin in hebben. Een jeans met wol is bijvoorbeeld een mooi compromis, maar ook een combinatie van nette pakken en sportschoenen. Het kán.”

Maar dan kan eigenlijk alles: Nike én Armani. Op die manier houdt u toch geen klanten over?

“Daar maak ik me geen zorgen over. Maatpakken en colberts blijven altijd. Vroeger was de mening van de omgeving veel belangrijker. Toen liepen de mannen in een apenpakje, zoals ze dat noemden. Een pak waarin hij ongelukkig was, maar wat door zijn moeder (en schoonmoeder) werd gewaardeerd. Dat is tegenwoordig wel anders. Gelukkig maar, want op die manier wordt mijn werk veel leuker. Ik vind het belangrijk dat jij straks op dat feest of op je eigen bruiloft staat te ‘shinen’. Daar gaan we samen voor zorgen. Nog zo’n verschil: een man die alleen mijn winkel binnenkomt, weet wat ‘ie wil. Maar neemt hij zijn moeder, zus en schoonmoeder mee… Tja, dan wordt het een lang verhaal. In Italië zou ik sneller klaar zijn. Daar is kleding belangrijker dan bijvoorbeeld de woninginrichting. Daar wil ook de stukadoor er op een feestje tiptop uitzien, begrijp je?”

U hebt niet de gemakkelijkste weg gekozen met Italiaanse mode voor Nederlandse klanten. Zit u in het verkeerde land of heeft u het verkeerde vak?

“Allebei niet. Ik ging altijd een beetje mijn eigen weg, vaak uit passie. Dit werk is wat ik goed kan en de liefde voor Italië zit in mijn bloed. Dat blijkt dus een ideale combinatie. Weet je, ik houd van detail en design. Nou, dat zie ik in alles terug. Ik rijd bijvoorbeeld op een Vespa en de koffie die we hier drinken, komt uit Turijn en Sicilië. Ook de wijn en het bier in de winkels zijn Italiaans. Alleen die ene Alfa is er nog niet, die staat nog op mijn verlanglijstje.”

Wollig taalgebruik

Regelmatig gaf uw Il Giornale redacteur zich in Italië over aan gepassioneerde verkopers in een goede herenmodezaak. Druk gebarend naar de etiketten werden we overtuigd van de geweldige kwaliteit die ons aan werd gemeten. Toen knikten we beleefd bij de Super100 of 200 maar wat dat nou precies betekende vertelden kenners ons pas recent.

De dikte van de wolvezel wordt uitgedrukt in Super80 tot en met Super210 waarbij het getal (indirect) naar microns, duizendsten millimeters verwijst. Dit is een internationaal vastgelegde term. Hoe hoger het getal, hoe fijner en duurder de stof doorgaans. Een fijne en dunne wolvezel is schaarser en daardoor kostbaarder. Maar let  op want dunner betekent ook kwetsbaarder. Wie veel in een pak moet bewegen kan beter een steviger vezel kiezen want Super200 draagt dan wel fijn maar het slijt ook veel sneller.
Overigens zeggen de getallen iets over de fijnheid maar niet direct iets over de kwaliteit van de wol. Verschillende schapenrassen geven ieder een eigen kwaliteit en ook de plek waar de wol groeide heeft invloed net als de manier van scheren. Dichter bij de huid scheren levert een betere kwaliteit op en wol van de hals is veel zachter dan bijvoorbeeld dat van de poten. Tot slot heeft ook de productiemethode en manier van weven invloed op de uiteindelijke kwaliteit van de stof. De Italiaanse verkopers maken ons niets meer wijs!

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd Required fields are marked *

*