Italie per spoor

Het spook van de Fyra ligt ver achter ons en dat is maar goed ook. Voort gaat de trein, over heuvels, langs de zee en door de mooiste steden. Il Giornale volgde deze zomer het spoor door het meest veelzijdige treinenland van Europa. Dat zijn geen spookjes, maar sprookjesreizen…  

Italië heeft een indrukwekkende collectie spoormaterieel en een omvangrijk railnet. Vanwege de enorme afstand tussen noord en zuid-Italië (zo’n 1200 kilometer), komt een hogesnelheidstrein tussen de grote steden goed van pas, maar ook voor de niet zo haastige reiziger is het goed toeven en zoeven door de bergen, over de heuvels en langs de kust. Het Italiaanse landschap is, zoals u weet, zeer gevarieerd, de ticketprijzen zijn laag en Trenitalia doet over het algemeen (!) niet onder voor het ons bekende (en beklaagde) NS-comfort.

De prijzen van de eerste spoorlijn van Italië in Napels

Historie

De geschiedenis van de Italiaanse spoorwegen gaat verder terug dan die van de staat zelf. Naar 1839 om precies te zijn, want in dat jaar werd het centrum van Napels verbonden met de buitenwijk Portici, een traject van welgeteld zeven kilometer. Het moet een revolutionaire ervaring geweest zijn voor de eerste passagiers op 3 oktober, al diende het spoor vooral het goederentransport uit de haven. Niet veel later gaf het Koninkrijk van Lombardije toestemming voor de aanleg van een spoorlijn tussen Milaan en Monza (12 kilometer) en gaandeweg ontspon zich heel voorzichtig een webje van rails op het huidige Italiaanse grondgebied; Padua-Mestre, Milaan-Venetië, Turijn-Genua, enzovoort. De trajecten werden steeds langer en er werden hier en daar zelfs verbindende knoopjes gelegd,  maar in de eerste decennia was het vooral de handel die er gebruik van maakte. En militairen in de oorlogsjaren, want de trein was de snelste weg naar het slagveld.

In 1839 werd het centrum van Napels verbonden met de buitenwijk Portici

Staatsbedrijf

Postzegel ter ere van het 100-jarig bestaan van de spoorwegen in 1939.

Het is 1861 wanneer de Italiaanse staat wordt uitgeroepen. Op dat moment liggen er honderden kilometers aan spoor door het land, vooral in Piemonte en de regio’s Lombardije en Venetië. De Rooms-katholieke Kerk heeft bovendien zo zijn eigen lijnenspel, goed voor ruim 300 kilometer van en naar Vaticaanstad, voorheen de Pauselijke Staat. Ondertussen heeft Genua de kunst van de locomotief afgekeken van de Britten: Ansaldo richt de eerste Italiaanse locomotieffabriek op, maar wie denkt dat de Italianen hun spoorzaakjes op orde hebben, heeft het mis. Jarenlang wordt gestreden om de aanleg en exploitatie van de verschillende lijnen. Het doet de ontwikkeling van de transportsector geen goed en even dreigt zelfs een groot collectief faillissement, tot de overheid in 1905 besluit tot de oprichting van de Ferrovie dello Stato (Staatsspoorwegen). De FS, onder leiding van de Piemontese ingenieur Riccardo Bianchi, krijgt daarmee ruim 13.000 spoorweg in handen, maar ook een enorme collectie oud ijzer. Het rollend materieel is door de organisatorische chaos in de voorgaande jaren namelijk flink afgeschreven. Van de 2.600 stoomlocomotieven en 52.000 goederenwagons is de helft aan vervanging toe. Er is een kapitaalinjectie nodig van het Rijk en onder aanvoering van Bianchi wordt ook de techniek flink gemoderniseerd.

Onderweg naar Palermo met het mooie stadje Cefalu op de achtergrond

Donkere jaren

Ook in de jaren van Mussolini wordt de ontwikkeling op het spoor verrassend genoeg voortgezet. Er worden nieuwe verbindingen aangelegd, de snelheid van de trein gaat omhoog en er is zowaar sprake van een punctuele dienstregeling. ‘Durante il Fascismo i Treni arrivavano in Orario’, luidt het motto: ‘tijdens het fascisme rijden de treinen op tijd’. Of deze strenge discipline navolging verdient, is zeer de vraag.  Tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgen de spoorwegen er flink van langs. Veel lijnen raken buiten gebruik en een groot deel van het materieel is vernietigd. Toch lukt het met internationale steun om het netwerk te herstellen en een grote modernisering toe te passen. Zo worden veel locomotieven vervangen door snelle ‘trekkers’ op diesel of elektriciteit en er verschijnen steeds meer zogeheten verenigde personenwagons op het spoor.

Fraaie vergezichten op het traject Locarno-Domodossola

Daarnaast werpt het contact met de Europese buren zijn vruchten af, want het internationaal transport komt op gang en daarmee enkele innovatieprojecten voor hogesnelheidstreinen. Anno 2016 is de trein, vooral buiten de spits en de vakantiemaand augustus, een ideale reispartner in Italië, maar we moeten eerlijk zijn: niet altijd en overal. De efficiency en het comfort van het spoorvervoer dienen vooral het noorden van Italië. Ten zuiden van Napels gaat de snelheid eruit. Letterlijk. Dat heeft voor een deel met de welvaart te maken, want ook de regionale overheid moet een steentje bijdrage om het treinverkeer in goede banen te leiden. Die bijdrage is klein in het arme(re) zuiden, waardoor u helaas niet alleen naar het zuiden reist, maar ook terug in de tijd.

Een van de spectaculairste stations is het Stazione Mediopadana in Reggio Emilia, ontworpen door de Spaanse architect Santiago Calatrava

Roma vs. Milano

Het zal u niet verbazen dat de belangrijkste treinstations in Italië zich bevinden zich in de grote steden. De hoofdstad spant de kroon met Roma Termini, waar tegenwoordig iedere dag zo’n 500.000 reizigers in- en uitstappen. Over die naam ontstond tien jaar geleden trouwens verwarring, omdat het gemeentebestuur met Roma Giovanni Paolo II de overleden paus Johannes Paulus II wilde eren. Burgers en ook buitenlui stonden op de achterste benen, toeristen waren massaal het spoor bijster. De gemeente kwam dan ook al snel tot inkeer. Het oorspronkelijke stationsgebouw dateert van 1867, de begintijd van de spoorwegen. Het werd echter 70 jaar later afgebroken om plaats te maken voor een nieuw station ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling in Rome. Dat werd een project in twee delen, want de oorlog kwam er tussen. In 1950 volgde uiteindelijk de voltooiing. Roma Termini mag dan het drukste station van Italië zijn, in schoonheid moet de hoofdstad zijn meerdere erkennen in Milano Centrale, goed voor 325.000 passagiers per dag. De Utrechtse publicist  Arjan den Boer, die een enorme fascinatie heeft voor spoorweggeschiedenis, wijde er een artikel aan op zijn blog Retours.eu.

De Frecciarossa hier op het traject Milaan-Ancona

“Milaan Centraal is zondermeer het meest megalomane station van Europa. De Milanese Dom kan er twee keer in en onder de overkapping passen tien voetbalvelden! Die indrukwekkende stalen overkapping bestaat uit  vijf bogen, die naar het midden toe groter worden. De middelste is 34 meter hoog en overspant 18 sporen, bij elkaar 72 meter. Het is de grootste overkapping van Italië.” “Van 2005 tot 2012 onderging het station een renovatie van 100 miljoen euro, waarbij het erfgoed werd gerestaureerd en de voorzieningen werden gemoderniseerd. Zo kwamen er roltrappen, nieuwe loketten en verbindingen met het metrostation. Liefhebbers van monumenten vinden  dat de toevoegingen het zicht op het erfgoed belemmeren, net als de vele reclames. Overigens is het station in 2010 vernoemd naar de heilige Francisca Cabrini, patrones van immigranten, maar in de praktijk blijft het Milano Centrale heten.”

De Trenino Verde op Sardinië is een belevenis op zich.

Sprookjesreizen

Voor haastige vakantiegangers zijn de internationale hogesnelheidstreinen uiteraard ideaal. Zo zoeft u vanuit Amsterdam via München en Milaan in één keer door naar Rome. Ook de nachttrein of de Autoslaaptrein (Düsseldorf-Verona) is een optie, al mist u tijdens deze treinreis het imposante berglandschap. Slapen tijdens een bergrit valt overigens niet mee. Wel eens met je ogen dicht in een achtbaan gelegen? Welterusten! Nee, het gevarieerde Italiaanse landschap vraagt om een slow ride bij daglicht. Dat is met de lokale Diretto en Interregionali van Trenitalia bovendien gemakkelijk en goedkoop. Intercity’s zijn namelijk dubbel zo duur. U zit op de voorste rij aan het raam bij de mooiste vergezichten, zoals bij een enkele reis Locarno-Domodossola. Deze tocht, met enkele  panoramische wagons, voert door het betoverende Centovalli (honderd valleien), waarbij watervallen, wijngaarden, kastanje-bossen en vergeten dorpjes aan u voorbij trekken. Het is een onbedorven stukje Italië. Ook de reis met de Bernina Express van Lugano via Tirano naar het Zwitserse Chur is adembenemend om nog maar te zwijgen over de spoorlijnen die langs de Italiaanse kust liggen. Deze treinen brengen u overigens inclusief oversteek naar de eilanden Sicilië of Sardinië.

Het station van Manarola gelegen in de Cinque Terre streek

Enkele praktische tips…

  • Op de website van Trenitalia vul je eenvoudig de plaatsnamen en de reisdatum in, en je ziet meteen de verschillende mogelijkheden. Zo zijn er ook goedkopere last-minutes.
  • Zoals de Nederlandse ov-chipkaart vooraf gebliept moet worden, zo worden de kaartjes in Italië nog altijd gestempeld. Niet vergeten, ongeacht of er een datum op het kaartje staat.
  • Tijdens de spits en de vakanties is het soms moeilijk een zitplaats te vinden in deze treinen. Wil je op deze momenten toch zitten, reserveer dan een plaats in de duurdere intercity.
  • Le Frecce is de Italiaanse TGV, het paradepaardje van de Italiaanse spoorwegmaatschappij. Het is de snelste weg van stad naar stad, maar ook de duurste. Reserveren is verplicht.
  • Interrail is ook geldig in Italië, maar wie van plan is een paar lange treinreizen te maken door de laars van Europa, is goedkoper uit met een Interrail One Country Card.
  • De Intercity Notte geldt als een binnenlandse nachttrein en is handig als je tijd wilt besparen. Hij brengt je naar de grote steden en zelfs per schip naar Catania. Een unieke ervaring!

De Unesco Werelderfgoed sp0orlijn in Noord-Italië

De trein gaat op de veerboot van Reggio di Calabria naar Messina op Sicilië

Hogesnelheidslijnen in Italië

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd Required fields are marked *

*