De Italiaanse theatercultuur; Van Commedia dell’Arte tot Opera

Italianen maken graag theater. Neem de modeweken van Milaan, het filmfestival van Milaan of een willekeurig voetbalveld. Ook in het dagelijks leven, bij voorkeur in opgewonden staat en met opgeheven armen, laten Italianen uitbundig van zich zien en horen. Het theatrale zit ze letterlijk in het bloed. Maar hoe staat het met de theatercultuur in dit land van theatermakers?

Als liefhebber van en vakantieganger in Italië zal het u niet ontgaan zijn dat het theater een belangrijke rol speelt in de Italiaanse cultuur. Zoals kerken, musea en voetbalstadions het land soms als ware pijlers dragen, zo worden ook de theaters als tempels beschouwd. De amfitheaters in de openlucht herinneren aan een eeuwenoude geschiedenis, maar ook de karakteristieke operahuizen zijn van lang geleden. La Scala in Milaan is heilig en La Fenice in Venetië niet minder (lees meer over de mooiste theaters).

teatro-lirico-sperimentaleOok kleinere steden koesteren hun podia met trots en liefde. Het is vooral omdat het theater bindt en een podium biedt voor dromen. Voorstellingen en optredens verleiden of nemen de bezoeker even mee naar een andere wereld, maar zijn niet minder vaak een uitlaatklep voor maatschappelijke (on) deugd. Dat maakt het avondje uit een alibi voor tranen, kippenvel of pure ontspanning. Italianen zijn over het algemeen van het gevoelige soort en zij vinden in het theater – veel meer dan bijvoorbeeld Nederlanders – een vriend die ze vermaakt, ontroert of steunt. In dat kader spiegelt zich in de voorstelling ook vaak de bevestiging van politiek of maatschappelijk onwel bevinden. De kritische cabaretier die hard uithaalt naar links geeft woorden aan de publieke ziel. ‘Hij heeft gelijk! Zie je wel! Ik heb het altijd al gedacht! Applaus!’ Om vervolgens met een gerust hart voort te dromen naar de volgende dag. Beschouw het als de sussende waarde van het theater.

Commedia dell’Arte

maschere-di-carnevale

De karakters en hun herkomst

Voor de geschiedenis van de theatercultuur moeten we – eerlijk is eerlijk – bij de buren zijn. Het waren namelijk de Grieken die zich honderden jaren voor Christus als eerste on stage waagden. De Grieken waren, net als de Romeinen, uiteraard bekend met een cultuur van leiders. Als zij spraken, luisterde het volk. In die sfeer groeide de spreekwoordelijke zeepkist steeds  meer uit tot een heus podium, maar in plaats van de aanvalsplannen en politieke strategieën zagen de Grieken hierin ook een opstapje voor literaire leiders. Dichters klommen op de planken en droegen voor uit eigen werk. Eerst solo en in de openlucht, later als een soort wedstrijd met vakgenoten en nog wat later met speciaal geschreven repertoire voor toneelspel. De Griekse tragedie was een feit, beter bekend als tetralogie. Het toneelspel kon uren duren en om de aandacht van het publiek vast te houden bedachten de primitieve theaterproducenten van weleer de inzet van muziek en maskers.

Arlecchino, de Harlekijn

Arlecchino, de Harlekijn

Veel verder terug ligt een meer religieuze bron om theater te maken. De traditionele odes aan de Griekse goden in muziek en dans werden in de loop der jaren steeds vaker vertaald in een theatrale cultuurvorm. De geboorte en de dood kregen verbeelding en gelovigen gebruikten handelingen uit het dagelijks leven om hulp van ‘boven’ te vragen. In de maskerade op het toneel is een duidelijke overstap te zien naar het klassiek Italiaanse Commedia delle maschere. In eerste instantie was dit de naam voor serieus gemaskerd toneelspel dat wordt opgevoerd voor de elite. Koningen, notabelen en andere intellectuelen van goede afkomst, zoals dat heet.

Pantalone

Pantalone

De volkse variant, Commedia dell’Arte, groeit in de 16de eeuw echter uit tot een ware theater-hit. Voorstellingen worden voor het eerst vaker opgevoerd en daarmee maakt het amateurtoneel plaats voor beroepsacteurs. Zo zijn er scenario’s gevonden van voorstellingen in 1568 in Mantua. Dat waren overigens geen vaststaande teksten, maar meer een basis voor een rollenspel. De kunst van deze scenische theatervorm is namelijk de improvisatie. De acteurs spelen in op de actualiteit en op bepaalde personen. Veel meer nog dan de acteur speelt het masker de hoofdrol. Het staat symbool voor een bepaald karakter en is min of meer verbonden aan een Italiaanse regio. Zo wordt Il Dottore bijvoorbeeld gezien als een parodie op een geleerde uit Bologna, terwijl de oude, vrekkige koopman Pantalone – steevast in kostuum – een echte Venetiaan moet voorstellen. Hij doet zich altijd deftig voor, maar wordt regelmatig bij de neus genomen. Napels leverde de Capitano aan het Commedia dell’Arte en Bergamo de knechten Arlecchino en Brighella; de één sluw, de ander naïef en onnozel.

pulcinella

pulcinella

Voor Pulcinella openen we graag een aparte alinea. Zij vervult de rol van komische bediende, ook wel zanni genoemd, en groeit al snel uit tot de publiekslieveling. Niet alleen in Italië overigens, want Pulcinella, Polichinelle en Punch maken een internationale carrière. Bovendien is ‘het witte kuiken’ met haar puntmuts terug te vinden op meerdere Italiaanse schilderijen. Het is een mysterieus karakter, misschien daarom. De ene keer is hij een man, de andere keer een vrouw en ook de culturele geschiedschrijvers zijn het er niet over eens of Pulcinella nou symbool staat voor het leven of de dood. Feit is dat Italianen hem/haar in hun hart hebben gesloten en Nederlanders niet anders, want wij danken onze nationale poppenkastheld Jan Klaassen aan deze theaterster.

Dottore Bologna

Dottore Bologna

De karakters van het Commedia dell’Arte trekken na het succes in Italië ook over de grens. Zo wordt Parijs veroverd, eerst in het Italiaans en later ook in de Franse taal. Het exclusief Italiaanse genre blijkt inspirerend bovendien, want ook in andere landen gaan toneelmakers ermee aan de slag. Tot in 1700 de nieuwe eeuw aanbreekt en er meer vraag komt naar het serieuze teksttoneel en zogeheten melodrama. Het is nota bene theaterhervormer Carlo Goldoni die het maskerspel min of meer de doodsteek toebrengt. Het is de schijndood, zou later blijken, want de karakters zijn in en buiten Italië nog altijd te zien in ballet, pantomime, poppenspel en – niet te vergeten – carnaval!

Carlo Goldoni, de grote hervormer

carlo-goldoni-theaterCarlo Goldoni wordt geboren in Venetië en raakt al op jonge leeftijd verknocht aan het theater. Hij is pas acht jaar als hij zijn eerste toneelstuk probeert te schrijven. Pappa ziet liever een andere toekomst voor de ‘fantast’ en stuurt zoonlief naar Rimini, maar Carlo – geïnspireerd wellicht door het verhaal van Pinocchio – besluit met een groep toneelspelers terug te keren naar Venetië. Daar geeft hij gehoor aan zijn roeping: theater maken. Zo komt-ie in contact met de machtige theatermanager Medebac, die hem contracteert als toneelschrijver. Samen gaan ze de strijd aan met het conventionele Commedia dell’Arte. De stukken van zijn hand zijn vooral kritisch en vergelijkbaar met het werk van de Franse schrijver Molière. Italianen zien het voor het eerst in Il servitore di due padroni (de knecht van twee meesters) en zijn om.

Goldoni wordt gezien als de grote hervormer van de Italiaanse komedie. Italië lijkt te klein voor de Venetiaanse schrijver. Hij besluit zijn grote voorbeeld op te zoeken en vertrekt naar Parijs. Het blijkt geen onverdienstelijke verhuizing, want ook zijn Franse stukken worden een groot succes. Goldoni schrijft   voor de koning en voor het huwelijk van Louis XVI en Marie-Antoinette met als tegenprestatie een mooi pensioen op zijn oude dag in Versailles. De Italianen zijn hem nooit vergeten en het museum Casa Goldoni in Venetië is voor cultuurliefhebbers dan ook een verplicht nummer. Daar zijn bijvoorbeeld voorbeelden van zijn werk en huiswerk te vinden.

Opera in Venetië

Wie dacht dat Venetië alleen de stad van kanalen, carpaccio en duifjes was, heeft het mis. Het is één van de grootste cultuursteden van Europa. Toneelschrijver Goldoni werd er geboren, maar hier is ook de basis gelegd van één van de belangrijkste Italiaanse theatervormen: opera! We schrijven de renaissance in optima forma. In feite komt de opera voort uit meerdere stromingen; de kerk, de instrumenten en het gemaskerde toneelspel van de intermezzi. Het is een vorm van muziektheater, waarbij disciplines als muziek, drama, zang, toneel en regie worden gecombineerd. Er is namelijk behoefte aan een hulpmiddel om toneelopvoeringen te verlevendigen. Met elementen uit de Griekse mythologie en de nodige passione, kunnen Italianen hun lol op. Musicus Claudio Monteverdi slaagt erin en gezien de religieuze invloeden is het niet vreemd dat veel opera’s met hun liturgisch drama in de 17de en 18de eeuw in de grote kathedraal van San Marco in première gaan. Jaren later zou theater La Fenice in de stad een passender plek blijken. In eerste instantie vormen historische helden en nationalisme belangrijke thema’s in de opera en vanaf de 16de eeuw is te zien dat maatschappelijke veranderingen een rol gaan spelen.

Teatro la Fenice

Teatro la Fenice

In de 17de eeuw is de opera vooral gericht op de adel en krijgt het vermaken van het publiek een meer commerciële waarde. Italianen willen gezien worden, want imago en status worden belangrijk. Jaren later mag ook het ‘gewone’ publiek het theater weer in. De opera wordt breed toegankelijk en ook de artistieke drempel gaat omlaag: minder diepgang, meer romantiek. Dat is immers wat het volk wil. Die beweging wordt in de 19de eeuw voortgezet. Er openen nieuwe operazalen waarin in de volkstaal wordt gezongen en niet langer in het Latijn. Het zijn de gloriejaren van de opera met Rossini, Bellini en Verdi als de belangrijkste componisten. Bovendien krijgt de opera wat meer een politiek karakter, terwijl de verschillende rangen en standen steeds dichter tot elkaar komen. Het theater wordt een ontmoetingscentrum voor eenheid en het nationalisme viert hoogtij.

Pluche in de loge

Een loge in de scala Milaan

Een loge in de scala Milaan

De meeste theaters in Italië kennen een rijke geschiedenis. Toneel, muziek en opera waren er eens de grote gangmakers en dat aanbod is in de afgelopen eeuw alleen maar verbreed. Shows, popconcerten en ballet kwamen erbij, net als musical. Dat vraagt de nodige aanpassingen, vooral on stage en backstage. In de zaal zijn de herinneringen aan de voorgaande eeuwen gelukkig nog steeds tastbaar. Goud en kristal, plafondschilderingen en het pluche in de stijlvolle loges voor – met recht – hooggeëerd publiek. Het maakt een avondje uit met deze bling-bling erg bijzonder.

Het theater van San Carlo in Napels heeft de pracht en praal te danken aan de adel in de 17de en 18de eeuw. Zij bepaalden en betaalden. Koninklijke loges werden dan ook recht tegenover of vlak naast het toneel ‘gehangen’. De verdeling van de overige zitplaatsen kwam overeen met de sociale rangorde, want de zitplaats bepaalde in die tijd je sociale status. In de theaters uit de 19de eeuw is dat klassenverschil minder zichtbaar. De typische bouwstijl voor grote theaters is ook buiten Italië duidelijk zichtbaar. Zo hebben veel zalen nog altijd de vorm van een hoefijzer. Zien en gezien worden was indertijd namelijk belangrijker dan een geweldig zicht op het podium. Wie zit er in de zaal?! En na afloop van de voorstelling was er uiteraard volop ruimte om elkaar te ontmoeten en te eten en te drinken. Ook die ‘Italian Style’ is anno nu niet veranderd: eerst naar het theater en daarna aan tafel! 

Meer over website en tickets voor het theater in Italië.
Operafestivals in Italië.

Teatro San Carlo in Napels

Teatro San Carlo in Napels

 

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd Required fields are marked *

*